Spanje
Koninkrijk Spanje · lid van de EU sinds 1986
In het kort
Spanje heet officieel het Koninkrijk Spanje en heeft Madrid als hoofdstad. Het land is een parlementaire monarchie: de monarch is staatshoofd. De minister-president leidt de regering.
De landelijke officiële taal is Spaans. Spanje is sinds 1 januari 1986 lid van de Europese Unie.
Spanje in de EU
Spanje hoort sinds 1 januari 1999 bij de eurozone: de landen met de euro. De euromunten en -biljetten kwamen in 2002. Sinds 26 maart 1995 hoort Spanje bij Schengen. Daardoor kunnen mensen reizen zonder paspoortcontrole aan de binnengrenzen.
Spanje heeft 61 zetels in het Europees Parlement, met 61 Spaanse vertegenwoordigers. Spaanse ministers nemen ook deel aan de Raad van de EU: de ministers van de EU-landen. Daar stemmen zij beleid af en nemen zij Europese wetten aan.
Spanje was voor het laatst voorzitter van de Raad van juli tot december 2023. Het voorzitterschap wisselt elke 6 maanden van land. De ministers van het voorzittende land leiden de vergaderingen en helpen de agenda opstellen.
Spanje heeft Teresa Ribera Rodríguez voorgedragen als lid van de Europese Commissie. Zij is uitvoerend vicevoorzitter voor een Schone, Rechtvaardige en Concurrerende Transitie.
Spanje heeft 21 vertegenwoordigers in het Europees Economisch en Sociaal Comité. Dit comité geeft advies over wetsvoorstellen namens werkgevers, werknemers en andere groepen met een gezamenlijk belang.
Daarnaast heeft Spanje 21 vertegenwoordigers in het Europees Comité van de Regio’s. Dat comité geeft regionale en lokale overheden een stem bij voorstellen voor Europese wetten.
Economie
Het bruto binnenlands product (bbp) geeft de omvang van de economie aan. In 2025 bedroeg het Spaanse bbp € 1.690,0 miljard. Het bbp per inwoner was dat jaar € 34.240.
Het bbp per inwoner naar koopkracht was 92 in 2024, bij een EU-gemiddelde van 100. Dit cijfer vergelijkt het bbp per inwoner en houdt rekening met prijsverschillen. De economie groeide in 2025 met 2,6%, na correctie voor prijsstijgingen.
De staatsschuld bedroeg in 2025 100,5% van het bbp. Het verschil tussen inkomsten en uitgaven van de overheid was dat jaar -2,4% van het bbp. Dit betekent dat de overheid meer uitgaf dan zij ontving.
In 2025 was 10,5% van de beroepsbevolking werkloos. De inflatie volgens de HICP, een maat voor prijsstijgingen, was dat jaar 2,7%. Dat cijfer geeft de prijsstijging over 1 jaar weer.
Economie in cijfers
Spanje (blauw) naast het gemiddelde EU-land (grijs). Bron: Eurostat.
Het gemiddelde is dat van de 27 EU-landen samen, niet gewogen naar grootte. Alle cijfers: bbp € 1.690,0 mld (2025), koopkracht 92 (EU = 100, 2024), begrotingssaldo -2,4%, inflatie 2,7%. Vergelijk: bbp, staatsschuld, werkloosheid en inflatie.
Spanje in Brussel
Tekst: eigen samenvatting van EuropaPortaal op basis van de landenpagina van de Europese Unie (opgehaald op 24 oktober 2026). Bronnen van de feiten: european-union.europa.eu, ec.europa.eu, ec.europa.eu, publications.europa.eu, nato.int, home-affairs.ec.europa.eu, ecb.europa.eu, efta.int, results.elections.europa.eu. Gecontroleerd op 23 oktober 2026.