Italië
Italiaanse Republiek · een van de zes oprichters van de EU
In het kort
Italië heet officieel de Italiaanse Republiek en heeft Rome als hoofdstad. Het land is een parlementaire republiek, met Italiaans als officiële taal. Italië is sinds 1 januari 1958 lid van de EU.
Italië in de EU
Italië hoort sinds 1 januari 1999 bij de eurozone: de landen die de euro gebruiken. De euromunten en -biljetten zijn er sinds 2002. Sinds 26 oktober 1997 hoort Italië bij Schengen. Binnen dit gebied kun je zonder paspoortcontrole over de grenzen reizen.
Italië heeft 76 zetels in het Europees Parlement, het parlement van de EU. Italiaanse ministers nemen deel aan de Raad van de EU, de ministers van de EU-landen. Zij stemmen daar hun beleid op elkaar af en nemen Europese wetten aan.
Italië was voor het laatst voorzitter van de Raad van juli tot en met december 2014. De volgende keer is van januari tot en met juni 2028. Tijdens deze 6 maanden leiden Italiaanse ministers de vergaderingen. Ook helpen zij de agenda opstellen.
Raffaele Fitto is Europees commissaris, een lid van de Europese Commissie. Hij is vicevoorzitter en gaat over cohesie en hervormingen. Cohesie betekent hier het verkleinen van verschillen tussen regio’s.
Italië heeft 24 vertegenwoordigers in het Europees Economisch en Sociaal Comité. Dit comité geeft advies namens werkgevers, werknemers en andere groepen met gezamenlijke belangen. Daarnaast heeft Italië 24 vertegenwoordigers in het Europees Comité van de Regio’s. Dat geeft namens regionale en lokale overheden advies over voorstellen voor Europese wetten.
Economie
Het bruto binnenlands product (bbp) geeft aan hoe groot de economie is. In 2025 bedroeg het Italiaanse bbp € 2.265,0 miljard. Per inwoner was dat in 2025 € 38.430.
Het bbp per inwoner naar koopkracht was 98 in 2024. Het EU-gemiddelde was 100. Dit cijfer houdt rekening met verschillen in prijzen. De Italiaanse koopkracht lag daarmee onder het EU-gemiddelde.
De economie groeide in 2025 met 0,6%. Dit is de groei van het bbp, waarbij prijsstijgingen niet meetellen.
De staatsschuld bedroeg in 2025 136,7% van het bbp. Het verschil tussen de inkomsten en uitgaven van de overheid was in 2025 -3,1% van het bbp. Dit heet het begrotingssaldo. Het negatieve saldo betekent dat de overheid meer uitgaf dan zij ontving.
De werkloosheid bedroeg in 2025 6,1% van de beroepsbevolking. De inflatie was in 2025 1,6%, gemeten met de geharmoniseerde consumentenprijsindex (HICP). Dat cijfer geeft aan hoeveel de prijzen in een jaar stijgen.
Economie in cijfers
Italië (blauw) naast het gemiddelde EU-land (grijs). Bron: Eurostat.
Het gemiddelde is dat van de 27 EU-landen samen, niet gewogen naar grootte. Alle cijfers: bbp € 2.265,0 mld (2025), koopkracht 98 (EU = 100, 2024), begrotingssaldo -3,1%, inflatie 1,6%. Vergelijk: bbp, staatsschuld, werkloosheid en inflatie.
Italië in Brussel
Tekst: eigen samenvatting van EuropaPortaal op basis van de landenpagina van de Europese Unie (opgehaald op 24 oktober 2026). Bronnen van de feiten: european-union.europa.eu, ec.europa.eu, ec.europa.eu, publications.europa.eu, nato.int, home-affairs.ec.europa.eu, ecb.europa.eu, efta.int, results.elections.europa.eu. Gecontroleerd op 23 oktober 2026.