EuropaPortaal › Prejudiciële vragen › Zaken
Arrest Zaak T-444/25 · Cavert
Geldt de btw-vrijstelling van één zorginstelling voor de hele groep?
Is erkenning van één groepslid genoeg voor btw-vrijstelling op zorg? Nee, het lid dat de diensten levert moet zelf aan alle voorwaarden voldoen.
- Vraag van
- Hoge Raad
- Vraag binnen bij het Gerecht
- 23 juni 2025
- Arrest
- 10 juni 2026 (na 11,6 maanden)
- Beantwoord door
- het Gerecht van de EU (sinds oktober 2024 beantwoordt het Gerecht sommige vragen)
- Onderwerp
- Belasting over de toegevoegde waarde
- ECLI
- ECLI:EU:T:2026:376
Waar gaat de zaak over?
Fiscale Eenheid Stichting X c.s. procedeert tegen de Staatssecretaris van Financiën. Deze btw-groep bestaat uit twee stichtingen en drie vennootschappen die zorg bieden aan mensen met een verstandelijke beperking. Het geschil gaat over btw op diensten van een groepslid: dag en nacht toezicht op afstand, met technische middelen. De btw-richtlijn (2006/112/EG), die de gemeenschappelijke regels voor btw vastlegt, regelt vrijstellingen voor bepaalde zorgdiensten: daarover hoeft geen btw te worden betaald.
De vraag van de rechter
Binnen de groep heeft alleen één stichting de vereiste erkenningen voor de betrokken vrijstellingen. Een ander groepslid, vennootschap Y, levert de toezichtdiensten aan klanten buiten de groep. Die vennootschap heeft deze erkenningen niet.
De groep betaalde btw over deze diensten, maar vroeg daarna om vrijstelling. De Belastingdienst wees dat af omdat vennootschap Y niet erkend was.
De Hoge Raad wil weten: moet het groepslid dat de diensten levert zelf aan alle voorwaarden voldoen? Of is het genoeg dat een ander lid binnen dezelfde btw-groep daaraan voldoet?
Daarbij vraagt de Hoge Raad ook naar een mogelijke voorwaarde dat een instelling geen winst nastreeft. Is het dan voldoende dat slechts één groepslid aan die voorwaarde voldoet?
Het antwoord van het Gerecht
Het Gerecht zegt dat het groepslid dat de diensten aan klanten buiten de groep levert, zelf aan alle voorwaarden voor de vrijstelling moet voldoen.
Daaronder vallen ook de vereiste erkenningen door de lidstaat voor medische verzorging en diensten van sociale aard. Die erkenningsvoorwaarden gelden wanneer de dienstverlener geen overheidsinstelling is.
De erkenning van een ander groepslid is dus niet genoeg. Dat de leden samen één btw-groep vormen, verandert deze eis niet.
De zaak in Nederland
De vraag werd gesteld in deze uitspraak: Hoge Raad der Nederlanden, Belastingkamer, Arrest van 28/03/2025 (22/00711).
Volgens de gegevens van het Hof in Cellar. Uitspraken zonder ECLI-nummer staan (nog) niet als link bij het Hof; zoek ze op uitspraken.rechtspraak.nl.