EuropaPortaal

EuropaPortaal › Prejudiciële vragen › Zaken

Arrest Zaak C-815/18 · Federatie Nederlandse Vakbeweging

Wanneer gelden Nederlandse arbeidsvoorwaarden voor buitenlandse chauffeurs?

Gelden Nederlandse arbeidsvoorwaarden voor buitenlandse chauffeurs? Volgens het Hof moet hun werk voldoende verbonden zijn met Nederland.

Vraag van
Hoge Raad
Vraag binnen bij het Hof
21 december 2018
Arrest
1 december 2020 (na 23,4 maanden)
Onderwerp
Vrijheid van vestiging, Vrij verrichten van diensten
ECLI
ECLI:EU:C:2020:976

Waar gaat de zaak over?

Vakbond FNV procedeert tegen Van den Bosch Transporten, Van den Bosch Transporte en Silo-Tank. Volgens FNV moesten Duitse en Hongaarse chauffeurs de basisarbeidsvoorwaarden krijgen uit de cao Goederenvervoer: gezamenlijke afspraken over arbeidsvoorwaarden. Hun ritten begonnen en eindigden meestal in Erp, maar vonden vooral buiten Nederland plaats. De zaak draait om richtlijn 96/71/EG, die gaat over werknemers die tijdelijk in een ander EU-land werken.

De vraag van de rechter

De Hoge Raad vraagt het Hof of deze richtlijn ook geldt voor internationaal wegvervoer. Wanneer is een chauffeur tijdelijk aan het werk in een ander EU-land? Maakt het uit dat de betrokken bedrijven tot hetzelfde concern behoren?

Ook vraagt de Hoge Raad naar vervoer dat volledig binnen een ander EU-land plaatsvindt. Verder wil hij weten welke cao’s meetellen en wanneer bedrijven naleving daarvan contractueel kunnen verplichten.

Het antwoord van het Hof

De richtlijn geldt ook voor internationaal wegvervoer. Het werk van de chauffeur moet voldoende nauw verbonden zijn met het betrokken land. Daarvoor moeten alle omstandigheden samen worden bekeken. Het gaat bijvoorbeeld om het soort werk en welk deel daarvan in elk land plaatsvindt.

Alleen opdrachten ontvangen, beginnen of eindigen bij het hoofdkantoor is niet genoeg. Dat de bedrijven tot hetzelfde concern behoren, maakt op zichzelf niet uit.

Vervoert een chauffeur goederen uitsluitend binnen een ander EU-land dan waar hij gewoonlijk werkt? Dan werkt hij daar in beginsel tijdelijk onder de richtlijn. De duur van dat vervoer bepaalt niet of daarvan sprake is.

Of een cao voor alle betrokken bedrijven verplicht geldt, hangt af van nationaal recht. Ook een cao die niet zo verplicht is verklaard, kan onder het begrip van de richtlijn vallen. Bedrijven moeten die cao dan naleven om vrijstelling te krijgen van een andere, wel verplicht verklaarde cao. De bepalingen van beide cao’s moeten bovendien in wezen gelijk zijn.

De zaak in Nederland

De vraag werd gesteld in deze uitspraak: Hoge Raad der Nederlanden, Arrest van 14/12/2018 (17/03685).

Na het antwoord van het Hof deed de Nederlandse rechter uitspraak:

Volgens de gegevens van het Hof in Cellar. Uitspraken zonder ECLI-nummer staan (nog) niet als link bij het Hof; zoek ze op uitspraken.rechtspraak.nl.

Bronnen Zaak C-815/18 op CURIA · arrest op EUR-Lex · het verzoek in het Publicatieblad. Gegevens: Cellar (Publicatiebureau van de EU), peildatum 30 oktober 2026. De uitleg hierboven is een eigen samenvatting van EuropaPortaal op basis van de officiële Nederlandse tekst van het arrest, geschreven met hulp van een taalmodel en nagelezen op de bron. Alleen de officiële tekst is bindend.