EuropaPortaal › Prejudiciële vragen › Zaken
Arrest Zaak C-719/19 · Staatssecretaris van Justitie
Geeft kort vertrek uit Nederland opnieuw recht op verblijf?
Geeft kort vertrek opnieuw verblijfsrecht? Volgens het Hof niet vanzelf: het eerdere verblijf moet echt zijn beëindigd.
- Vraag van
- Raad van State
- Vraag binnen bij het Hof
- 30 september 2019
- Arrest
- 22 juni 2021 (na 20,7 maanden)
- Onderwerp
- Recht van toegang en verblijf
- ECLI
- ECLI:EU:C:2021:506
Waar gaat de zaak over?
Een Poolse man procedeert tegen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Hij vecht zijn opsluiting aan, terwijl hij wacht op zijn vertrek uit Nederland. Hij moest Nederland verlaten omdat hij volgens de staatssecretaris niet meer aan de voorwaarden voor verblijf voldeed. De man vertrok, maar kwam terug en werd daarna vastgezet.
De zaak gaat over richtlijn 2004/38/EG: een Europese wet die elk land zelf in eigen wetten moet omzetten. Deze wet regelt het vrije verkeer en verblijf van EU-burgers en hun familieleden.
De vraag van de rechter
De Raad van State wil weten wanneer iemand volledig heeft voldaan aan een verplicht vertrek. Is het genoeg dat hij Nederland binnen de gestelde termijn heeft verlaten?
Verder vraagt de Raad van State of de man bij directe terugkeer opnieuw maximaal 3 maanden mag blijven. Of mag Nederland dan een nieuw besluit nemen dat hem verplicht te vertrekken? Als alleen de grens oversteken niet genoeg is, moet hij dan een bepaalde tijd wegblijven?
Het antwoord van het Hof
Volgens het Hof is alleen het land verlaten binnen de vertrektermijn niet genoeg. De EU-burger moet zijn eerdere verblijf ook echt hebben beëindigd. Alleen dan kan hij bij terugkeer op deze grond opnieuw recht op verblijf krijgen. Zijn terugkeer mag dus niet in werkelijkheid een voortzetting van zijn eerdere verblijf zijn.
De Raad van State moet nagaan of de man zijn verblijf echt heeft beëindigd. Daarbij moet de rechter alle omstandigheden van zijn situatie bekijken.
Heeft de man zijn eerdere verblijf niet echt beëindigd? Dan hoeft Nederland op basis van dezelfde feiten geen nieuw besluit over zijn vertrek te nemen. Nederland mag dan het eerdere besluit gebruiken om hem te verplichten te vertrekken.
De zaak in Nederland
De vraag werd gesteld in deze uitspraak: Raad van State, Beslissing van 25/09/2019 (201809965/1/V3).
Na het antwoord van het Hof deed de Nederlandse rechter uitspraak:
- Raad van State, Afdeling Bestuursrechtspraak, Uitspraak van 23/02/2022 (ECLI:NL:RVS:2022:562) (ECLI:NL:RVS:2022:562 op rechtspraak.nl)
Volgens de gegevens van het Hof in Cellar. Uitspraken zonder ECLI-nummer staan (nog) niet als link bij het Hof; zoek ze op uitspraken.rechtspraak.nl.