EuropaPortaal › Prejudiciële vragen › Zaken
Arrest Gevoegde zaken C-704/20 en C-39/21 · Staatssecretaris van Justitie
Moet de rechter zelf controleren of iemand volgens EU-regels mag worden vastgehouden?
Ja, de rechter moet ook zelf controleren of iemand mag worden vastgehouden, op basis van het dossier en de behandeling van de zaak.
- Vraag van
- Raad van State
- Vraag binnen bij het Hof
- 23 december 2020
- Arrest
- 8 november 2022 (na 22,5 maanden)
- Procedure
- spoedprocedure
- Onderwerp
- Asielbeleid, Grenscontroles, Justitie en binnenlandse zaken
- ECLI
- ECLI:EU:C:2022:858
Waar gaat de zaak over?
Twee mannen procederen tegen de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid omdat zij werden vastgehouden. Dat heet bewaring. De ene man wilde asiel aanvragen. De andere zou aan Italië worden overgedragen.
De rechter beëindigde hun bewaring omdat de staatssecretaris niet snel genoeg handelde. Daarna stapte de staatssecretaris naar de Raad van State.
De zaak gaat over richtlijn 2013/33/EU over de opvang van asielzoekers. Een richtlijn is een Europese wet die elk land zelf in eigen wetten moet omzetten. Ook gaat de zaak over verordening 604/2013, die bepaalt welk EU-land een asielverzoek moet behandelen. Een verordening is een Europese wet die meteen in alle EU-landen geldt.
De vraag van de rechter
De Raad van State wil weten hoe ver de rechter moet gaan. Moet die zelf controleren of de bewaring aan alle EU-voorwaarden voldoet? Ook als de vastgehouden persoon bepaalde fouten niet zelf noemt?
Volgens de Raad van State staan Nederlandse procesregels zo’n controle meestal niet toe. De Raad van State vraagt ook rekening te houden met richtlijn 2008/115/EG. Die gaat over de terugkeer van mensen van buiten de EU. Zij zijn zonder verblijfsrecht in een EU-land.
Het antwoord van het Hof
Ja, de rechter moet ook zelf controleren of de bewaring aan de EU-voorwaarden voldoet. Dat geldt ook als de vastgehouden persoon niet zelf noemt welke voorwaarde is geschonden. De rechter mag zich dus niet beperken tot de bezwaren van die persoon.
De rechter moet daarbij uitgaan van de gegevens in het dossier. Ook aanvullingen en uitleg tijdens de behandeling van de zaak tellen mee. Beide partijen moeten daarover hun standpunt kunnen geven.
Het Hof baseert dit antwoord op de 3 genoemde EU-regels. Het gebruikt daarbij ook het EU-Handvest van de grondrechten.
De zaak in Nederland
De vraag werd gesteld in deze uitspraak: Raad van State, Afdeling bestuursrechtspraak, Uitspraak van 23/12/2020 (201904771/1/V3 ; 201904774/1/V3).
Na het antwoord van het Hof deed de Nederlandse rechter uitspraak:
- Raad van State, Afdeling bestuursrechtspraak, Uitspraak van 26/07/2023 (ECLI:NL:RVS:2023:2829) (ECLI:NL:RVS:2023:2829 op rechtspraak.nl)
- Rechtbank Den Haag, Uitspraak van 14/11/2022 (ECLI:NL:RBDHA:2022:11952) (ECLI:NL:RBDHA:2022:11952 op rechtspraak.nl)
Volgens de gegevens van het Hof in Cellar. Uitspraken zonder ECLI-nummer staan (nog) niet als link bij het Hof; zoek ze op uitspraken.rechtspraak.nl.