EuropaPortaal › Prejudiciële vragen › Zaken
Arrest Zaak C-703/22 · Directie van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR)
Mag een vrachtwagenchauffeur met een beperkt gezichtsveld rijden?
Kunnen positieve medische adviezen een te beperkt gezichtsveld voor een vrachtwagenrijbewijs goedmaken? Volgens het Hof niet.
- Vraag van
- Raad van State
- Vraag binnen bij het Hof
- 16 november 2022
- Arrest
- 21 maart 2024 (na 16,1 maanden)
- Onderwerp
- Vervoer
- ECLI
- ECLI:EU:C:2024:261
Waar gaat de zaak over?
Een man procedeert tegen het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) over zijn vrachtwagenrijbewijs. Het CBR weigerde een verklaring dat hij lichamelijk en geestelijk geschikt was. Ook wilde hij een rijbewijs dat alleen in Nederland geldig was. De zaak draait om de rijbewijsrichtlijn (2006/126/EG), die regels voor rijbewijzen bevat, waaronder medische eisen voor bestuurders.
De vraag van de rechter
De man heeft sinds een ongeluk een beperkt gezichtsveld. Dat is het gebied dat iemand kan zien. Voor zijn vrachtwagenrijbewijs moet het horizontale gezichtsveld van beide ogen minstens 160° zijn. Hij voldoet niet aan die medische eis.
Toch vonden verschillende artsen hem geschikt om een vrachtwagen te besturen. Hij werkte meer dan tien jaar als beroepschauffeur. Daarbij reed hij zonder problemen en schadevrij meer dan een miljoen kilometer.
De Raad van State vraagt het Hof hoe de Europese regel moet worden uitgelegd:
- Kan iemand toch aan de eis voldoen als artsen hem geschikt vinden?
- Mag rekening worden gehouden met zijn persoonlijke omstandigheden, ondanks het ontbreken van een uitzondering?
- Zo ja, welke omstandigheden mogen dan meewegen?
Het antwoord van het Hof
Volgens het Hof kan iemand met een te beperkt gezichtsveld niet alsnog aan deze eis voldoen doordat medische deskundigen hem geschikt vinden. Positieve medische adviezen kunnen dus niet vervangen dat iemand aan de voorgeschreven grens van minstens 160° voldoet.
Het Hof heeft de regel daarbij ook bekeken vanuit het recht om te werken. Daarnaast heeft het gekeken naar het evenredigheidsbeginsel: het uitgangspunt dat een maatregel niet verder mag gaan dan nodig. Ook vanuit die uitgangspunten blijft het antwoord hetzelfde.
De zaak in Nederland
De vraag werd gesteld in deze uitspraak: Raad van State, uitspraak van 16/11/2022 (202104195/1/A2.).
Volgens de gegevens van het Hof in Cellar. Uitspraken zonder ECLI-nummer staan (nog) niet als link bij het Hof; zoek ze op uitspraken.rechtspraak.nl.