EuropaPortaal

EuropaPortaal › Prejudiciële vragen › Zaken

Loopt nog Zaak C-7/25 · Ramadi

Hoe moet de overheid het verhaal van een asielzoeker beoordelen?

Rechtbank Den Haag vraagt hoe de overheid het verhaal van een asielzoeker moet beoordelen en wat de rechter zelf moet onderzoeken.

Vraag van
Rechtbank Den Haag
Vraag binnen bij het Hof
7 januari 2025
Antwoord
nog niet (gemiddeld duurt een zaak 16,9 maanden)

De vraag van de rechter

Een vrouw voert een rechtszaak tegen de Minister van Asiel en Migratie. Het gaat om de vraag hoe de overheid haar verklaringen over asiel beoordeelt. Rechtbank Den Haag heeft het Hof hierover om uitleg gevraagd.

De rechter vraagt naar richtlijn 2011/95, over bescherming voor mensen uit andere landen. Een richtlijn is een Europese wet die elk land zelf in eigen wetten moet omzetten.

Mag de overheid verklaringen niet geloven als bewijs ontbreekt dat volledig te controleren is? En als ook niet aan alle genoemde voorwaarden is voldaan? Of moet de overheid samen met de asielzoeker de feiten onderzoeken en al het bewijs meewegen? Wanneer zijn verklaringen goed genoeg onderbouwd en is geen extra bevestiging nodig?

De rechter vraagt ook naar richtlijn 2013/32, over de regels voor het aanvragen van asiel. Wat moet de rechter onderzoeken als iemand bezwaar maakt tegen een afgewezen aanvraag? Moet de rechter zo nodig alle feiten en redenen op basis van de wet onderzoeken? Ook als niemand daar uitdrukkelijk om vraagt?

Moet de rechter daarbij beoordelen of iemand bescherming nodig heeft? En moet dat op basis van het dossier en de later toegevoegde informatie? Het gaat om informatie waarop beide partijen konden reageren.

Het Hof heeft nog niet geantwoord.

Het Hof heeft deze vraag nog niet beantwoord. Zodra er een arrest is, zetten we het antwoord op deze pagina.

Bronnen Zaak C-7/25 op CURIA · het verzoek in het Publicatieblad. Gegevens: Cellar (Publicatiebureau van de EU), peildatum 30 oktober 2026. De uitleg hierboven is een eigen samenvatting van EuropaPortaal op basis van de officiële Nederlandse tekst van het verzoek, geschreven met hulp van een taalmodel en nagelezen op de bron. Alleen de officiële tekst is bindend.