EuropaPortaal › Prejudiciële vragen › Zaken
Arrest Zaak C-680/17 · Minister van Buitenlandse Zaken
Waar kun je in beroep als Zwitserland namens Nederland een visum weigert?
Weigert Zwitserland namens Nederland een visum? Volgens het Hof moeten de Zwitserse autoriteiten dan het beroep behandelen.
- Vraag van
- Rechtbank Den Haag
- Vraag binnen bij het Hof
- 5 december 2017
- Arrest
- 29 juli 2019 (na 19,7 maanden)
- Onderwerp
- Grenscontroles
- ECLI
- ECLI:EU:C:2019:627
Waar gaat de zaak over?
Een echtpaar uit Sri Lanka wilde voor een kort verblijf naar Nederland. Het wilde de zus van de man bezoeken. Zwitserland weigerde namens Nederland de visa. Het echtpaar had onvoldoende aangetoond genoeg geld te hebben voor het verblijf en de terugreis.
Het echtpaar en de zus begonnen een rechtszaak tegen de minister van Buitenlandse Zaken. De minister vond dat hij hierover niet mocht beslissen. De zaak draait om de Visumcode (verordening 810/2009), een Europese wet die meteen in alle EU-landen geldt. Deze wet bevat gezamenlijke regels voor visa.
De vraag van de rechter
Rechtbank Den Haag vroeg het Hof hoe deze regels moeten worden uitgelegd. Het ging om de volgende vragen:
- Mag de zus zelf in beroep gaan tegen de visumweigering? Zij is de referent: de persoon die het echtpaar wilde bezoeken.
- Wie is verantwoordelijk als een ander land namens Nederland visumaanvragen behandelt? En welk land moet dan een beroep tegen een weigering behandelen?
- Mag de aanvrager worden verplicht alleen in dat andere land in beroep te gaan? Past dat bij het recht op een goede procedure bij een rechter?
Het antwoord van het Hof
Volgens het Hof kan de referent op basis van de Visumcode niet zelf in beroep gaan tegen een visumweigering. De zus kan dat dus niet in eigen naam doen.
Verder is de afspraak tussen de 2 landen bepalend. Mag het land dat namens het andere land optreedt zelf visa weigeren? Dan moeten de bevoegde autoriteiten van dat land ook het beroep tegen de weigering behandelen. In deze zaak gaat het om Zwitserland, dat namens Nederland optrad.
Volgens het Hof past deze regeling bij het recht op effectieve rechterlijke bescherming. Dat betekent dat iemand een besluit goed moet kunnen aanvechten bij een rechter. Het beroep mag dus worden behandeld in het land dat namens het bestemmingsland de visa weigert.
De zaak in Nederland
De vraag werd gesteld in deze uitspraak: Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, Uitspraak van 30/11/2017 (AWB 16/24120; AWB 16/2890; AWB 16/29920).
Na het antwoord van het Hof deed de Nederlandse rechter uitspraak:
- Rechtbank Den Haag, Uitspraak van 14/01/2020 (ECLI:NL:RBDHA:2020:694) (ECLI:NL:RBDHA:2020:694 op rechtspraak.nl)
Volgens de gegevens van het Hof in Cellar. Uitspraken zonder ECLI-nummer staan (nog) niet als link bij het Hof; zoek ze op uitspraken.rechtspraak.nl.