EuropaPortaal

EuropaPortaal › Prejudiciële vragen › Zaken

Arrest Zaak C-672/23 · Electricity & Water Authority of the Government of Bahrain and Others

Wanneer mag één rechter zaken tegen meerdere bedrijven behandelen?

Eén rechter mag soms zaken tegen meerdere bedrijven behandelen, ook als niet vaststaat dat het lokale bedrijf voor het kartel aansprakelijk is.

Vraag van
Gerechtshof Amsterdam
Vraag binnen bij het Hof
13 november 2023
Arrest
16 april 2026 (na 29,1 maanden)
Onderwerp
Justitiële samenwerking in burgerlijke zaken, Mededingingsregelingen
ECLI
ECLI:EU:C:2026:293

Waar gaat de zaak over?

Bedrijven die stroom leveren en diensten van de overheid uit de Golfregio eisen geld. Zij willen dat Draka Holding en andere bedrijven die kabels maken hun schade betalen. Volgens hen ontstond die schade door een kartel: verboden afspraken tussen bedrijven. De schade ontstond buiten de Europese Economische Ruimte.

Draka Holding zit in Amsterdam; de andere aangeklaagde bedrijven zitten elders. In deze zaak speelt Verordening (EU) nr. 1215/2012 een rol, een Europese wet die meteen in alle EU-landen geldt. Deze wet bepaalt onder meer welke rechter zaken tussen burgers en bedrijven mag behandelen.

De vraag van de rechter

Gerechtshof Amsterdam wil weten wanneer één rechter de eisen samen mag behandelen. Kan dat bij de rechter in Amsterdam, omdat Draka Holding daar zit? De Europese Commissie stelde dit bedrijf namelijk niet aansprakelijk voor het kartel.

Draka Holding zou dan de ‘ankergedaagde’ zijn. Dat is het aangeklaagde bedrijf waarvan de locatie bepaalt welke rechter de zaak mag behandelen.

Ook vraagt Gerechtshof Amsterdam of de andere bedrijven deze rechtszaak moesten kunnen verwachten. Moet de rechter daarnaast bekijken of de eis tegen Draka Holding kan slagen? En bepaalt de EU-regel ook welke plaatselijke rechter de zaak mag behandelen?

Het antwoord van het Hof

Volgens het Hof kunnen zulke eisen nauw genoeg met elkaar samenhangen. Daarvoor hoeft de overheid de ankergedaagde niet aansprakelijk te hebben gesteld. Wel moeten er sterke aanwijzingen zijn over de andere aangeklaagde bedrijven. Zij moeten horen bij bedrijven of groepen bedrijven die verantwoordelijk zijn gesteld voor de overtreding.

Of die bedrijven de rechtszaak konden verwachten, is geen aparte voorwaarde. De rechter moet daar wel in het algemeen rekening mee houden.

De rechter hoeft niet te beoordelen of de eis tegen de ankergedaagde kan slagen. Hij mag dit wel meewegen bij de vraag of de eiser de voorwaarden kunstmatig heeft gecreëerd. Zo kan hij nagaan of de eiser de zaak bij deze rechter probeert te krijgen.

De rechter bekijkt dus of hij de zaak mag behandelen. Daarbij maakt schade buiten de Europese Economische Ruimte een eis niet vanzelf duidelijk ongegrond.

De EU-regel bepaalt in welk land de zaak thuishoort, en bij welke plaatselijke rechter. Dat is de rechter in de plaats waar de ankergedaagde zit.

De rechter bij wie de zaak eerst kwam, mag een andere rechter laten beslissen. Die rechter moet de zaak mogen behandelen en in hetzelfde land zitten. Dit moet passen binnen de regels van dat land voor rechtszaken. Ook moet de Europese wet goed blijven werken.

De zaak in Nederland

De vraag werd gesteld in deze uitspraak: Gerechtshof Amsterdam, beslissing van 19/09/2023 (200.292.171/01).

Volgens de gegevens van het Hof in Cellar. Uitspraken zonder ECLI-nummer staan (nog) niet als link bij het Hof; zoek ze op uitspraken.rechtspraak.nl.

Bronnen Zaak C-672/23 op CURIA · arrest op EUR-Lex · het verzoek in het Publicatieblad. Gegevens: Cellar (Publicatiebureau van de EU), peildatum 30 oktober 2026. De uitleg hierboven is een eigen samenvatting van EuropaPortaal op basis van de officiële Nederlandse tekst van het arrest, geschreven met hulp van een taalmodel en nagelezen op de bron. Alleen de officiële tekst is bindend.