EuropaPortaal › Prejudiciële vragen › Zaken
Arrest Zaak C-662/23 · Izmir
Wanneer mag de overheid langer over een asielaanvraag doen?
Langer beslissen over asiel mag bij een sterke toename van aanvragen in korte tijd, niet door oude achterstanden of personeelstekort.
- Vraag van
- Raad van State
- Vraag binnen bij het Hof
- 9 november 2023
- Arrest
- 8 mei 2025 (na 17,9 maanden)
- Onderwerp
- Asielbeleid, Grenscontroles
- ECLI
- ECLI:EU:C:2025:326
Waar gaat de zaak over?
Een asielzoeker en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid voeren een rechtszaak. Die gaat over een besluit dat de staatssecretaris te laat nam. De staatssecretaris had de termijn voor asielbesluiten verlengd van 6 maanden met 9 maanden.
De asielzoeker kreeg later alsnog een verblijfsvergunning. Toch zette de staatssecretaris het hoger beroep voort. De zaak draait om EU-richtlijn 2013/32/EU, een Europese wet die elk land zelf in eigen wetten moet omzetten. Deze richtlijn geeft regels voor het behandelen van asielaanvragen.
De vraag van de rechter
De Raad van State vraagt het Europese Hof wanneer zo’n verlenging mag. Mag dat ook als het aantal asielaanvragen geleidelijk stijgt? Of moet het aantal aanvragen binnen korte tijd sterk toenemen?
De Raad van State wil ook weten wat een ‘groot aantal’ aanvragen is. Daarnaast vraagt de rechter of bestaande achterstanden en personeelstekort mogen meetellen. Daardoor kan het immers moeilijk zijn om binnen 6 maanden te beslissen.
Het antwoord van het Hof
Volgens het Hof mag de overheid de termijn onder voorwaarden met 9 maanden verlengen. Het aantal aanvragen moet binnen korte tijd sterk toenemen. De overheid moet dit vergelijken met het gebruikelijke en verwachte aantal aanvragen in dat land.
Een geleidelijke stijging over een lange periode valt daar niet onder. De overheid mag de termijn dus niet om die reden verlengen.
Ook maakt het Hof duidelijk waardoor de vertraging moet ontstaan. Door het grote aantal tegelijk ingediende aanvragen moet beslissen binnen 6 maanden zeer moeilijk zijn.
Andere omstandigheden mogen niet de reden zijn voor de verlenging. Het Hof noemt bestaande grote achterstanden en een tekort aan personeel.
De zaak in Nederland
De vraag werd gesteld in deze uitspraak: Raad van State, beslissing van 08/11/2023 (202300717/1/V1.).
Na het antwoord van het Hof deed de Nederlandse rechter uitspraak:
- Raad van State, Beslissing van 25/03/2026 (ECLI:NL:RVS:2026:1749) (ECLI:NL:RVS:2026:1749 op rechtspraak.nl)
Volgens de gegevens van het Hof in Cellar. Uitspraken zonder ECLI-nummer staan (nog) niet als link bij het Hof; zoek ze op uitspraken.rechtspraak.nl.