EuropaPortaal

EuropaPortaal › Prejudiciële vragen › Zaken

Arrest Zaak C-644/17 · Procedure ingeleid door Eurobolt BV

Was de extra invoerheffing op bevestigingsmiddelen geldig?

Mocht de EU de extra invoerheffing uitbreiden naar zendingen uit Maleisië? Het Hof verklaart de regeling ongeldig wegens een procedurefout.

Vraag van
Hoge Raad
Vraag binnen bij het Hof
17 november 2017
Arrest
3 juli 2019 (na 19,5 maanden)
Onderwerp
Landbouw, Handvest van de grondrechten, Dumping
ECLI
ECLI:EU:C:2019:555

Waar gaat de zaak over?

Eurobolt handelt in ijzeren en stalen bevestigingsmiddelen: onderdelen die materialen aan elkaar vastmaken. Het bedrijf verzet zich tegen een Nederlandse invoerheffing. De Nederlandse douane vroeg Eurobolt 587.802,20 euro aan antidumpingrechten. Dit zijn extra heffingen op ingevoerde producten die tegen een te lage prijs worden verkocht.

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 723/2011 breidde de heffing op Chinese bevestigingsmiddelen uit naar zendingen uit Maleisië. Een verordening is een Europese wet die meteen in alle EU-landen geldt. Ook de basisverordening (EG) nr. 1225/2009 speelt een rol. Die bevat de basisregels om de markt te beschermen tegen invoer tegen te lage prijzen, oftewel dumping.

De vraag van de rechter

Eurobolt had gereageerd op de eerste bevindingen van de Europese Commissie. Volgens het bedrijf kregen de leden van een adviescomité die reactie te laat. De basisverordening bepaalt wanneer zij belangrijke gegevens moeten krijgen. Dat moet uiterlijk 10 werkdagen vóór hun vergadering gebeuren.

De Hoge Raad vraagt het Europese Hof hoe het deze regels moet uitleggen. Hoort de reactie van Eurobolt bij die belangrijke gegevens? Kan de regeling die de heffing uitbreidt ongeldig zijn doordat de reactie te laat is doorgegeven?

Daarnaast vraagt de Hoge Raad hoe een Nederlandse rechter een EU-regeling mag onderzoeken. Welke bezwaren mag een bedrijf noemen? En mag de rechter informatie vragen aan de betrokken EU-instellingen?

Het antwoord van het Hof

Het Hof verklaart uitvoeringsverordening nr. 723/2011 ongeldig. Bij het maken van die wet zijn de regels voor de procedure niet gevolgd. Die regels staan in de basisverordening.

Iemand mag een nationale rechter vragen of een EU-regeling geldig is. Daarbij mag diegene zeggen dat de EU niet aan alle voorwaarden heeft voldaan. Het gaat om voorwaarden voor het maken van de regeling.

De nationale rechter mag ook gerichte informatie vragen aan de betrokken EU-instellingen. Dat mag voordat hij een vraag aan het Hof stelt. Met die informatie kan hij proberen zijn twijfels over de geldigheid weg te nemen. Dan is een vraag aan het Hof over die geldigheid mogelijk niet meer nodig.

De zaak in Nederland

De vraag werd gesteld in deze uitspraak: Hoge Raad der Nederlanden, Derde Kamer, arrest van 10/11/2017 (15/04667).

Na het antwoord van het Hof deed de Nederlandse rechter uitspraak:

Volgens de gegevens van het Hof in Cellar. Uitspraken zonder ECLI-nummer staan (nog) niet als link bij het Hof; zoek ze op uitspraken.rechtspraak.nl.

Bronnen Zaak C-644/17 op CURIA · arrest op EUR-Lex. Gegevens: Cellar (Publicatiebureau van de EU), peildatum 30 oktober 2026. De uitleg hierboven is een eigen samenvatting van EuropaPortaal op basis van de officiële Nederlandse tekst van het arrest, geschreven met hulp van een taalmodel en nagelezen op de bron. Alleen de officiële tekst is bindend.