EuropaPortaal › Prejudiciële vragen › Zaken
Arrest Zaak C-624/20 · Staatssecretaris van Justitie
Is verblijf bij een Nederlands kind alleen tijdelijk?
Volgens het Hof valt verblijf bij een Nederlands kind niet onder de uitsluiting voor uitsluitend tijdelijk verblijf.
- Vraag van
- Rechtbank Den Haag
- Vraag binnen bij het Hof
- 24 november 2020
- Arrest
- 7 september 2022 (na 21,4 maanden)
- Onderwerp
- Burgerschap van de Unie, Ruimte van vrijheid, veiligheid en recht
- ECLI
- ECLI:EU:C:2022:639
Waar gaat de zaak over?
Een Ghanese vrouw voert een rechtszaak tegen de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Zij mag in Nederland verblijven als familielid van haar Nederlandse zoon. Zij vroeg een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen aan. De staatssecretaris wees haar aanvraag af, omdat haar verblijf volgens hem tijdelijk is.
De zaak gaat over richtlijn 2003/109/EG, een Europese wet die elk land zelf in eigen wetten moet omzetten. Deze wet gaat over de status van langdurig ingezetenen. Dat zijn mensen uit landen buiten de EU die langdurig in een EU-land verblijven.
De vraag van de rechter
Rechtbank Den Haag vraagt hoe de uitsluiting voor uitsluitend tijdelijk verblijf werkt. Mag ieder EU-land zelf bepalen wat tijdelijk verblijf is? Of moet dit begrip overal in de EU hetzelfde betekenen?
Ook wil de rechter weten hoe dit zit bij deze vrouw. Haar recht om hier te verblijven berust op artikel 20 VWEU, een bepaling over het EU-burgerschap. Dat recht hangt af van de afhankelijkheid tussen haar en haar Nederlandse zoon.
Maakt die afhankelijkheid haar verblijf tijdelijk? En maakt het verschil dat zij blijvend in Nederland wil wonen?
Het antwoord van het Hof
Volgens het Hof is ‘verblijf uitsluitend om redenen van tijdelijke aard’ een begrip uit het EU-recht. Alle EU-landen moeten dit begrip op dezelfde manier uitleggen. Landen mogen dus niet ieder een eigen betekenis kiezen.
Het verblijf waarover deze zaak gaat, valt niet onder dat begrip. Het gaat om iemand van buiten de EU die volgens artikel 20 VWEU ergens mag verblijven. Die persoon verblijft in het land waarvan het betrokken EU-familielid de nationaliteit heeft. Voor deze vrouw is dat Nederland.
Richtlijn 2003/109/EG sluit mensen uit die uitsluitend tijdelijk in een EU-land verblijven. Het verblijf van deze vrouw valt dus niet onder die uitsluiting.
De zaak in Nederland
De vraag werd gesteld in deze uitspraak: Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, Tussenuitspraak van 24/11/2020 (AWB 20/172 ; 130.510.2888).
Volgens de gegevens van het Hof in Cellar. Uitspraken zonder ECLI-nummer staan (nog) niet als link bij het Hof; zoek ze op uitspraken.rechtspraak.nl.