EuropaPortaal

EuropaPortaal › Prejudiciële vragen › Zaken

Arrest Zaak C-613/23 · Herdijk

Wanneer moet een bestuurder onbetaalde btw zelf betalen?

Een bestuurder mag moeten betalen voor niet-gemelde betalingsproblemen, maar moet alle omstandigheden kunnen aanvoeren om zich te verdedigen.

Vraag van
Hoge Raad
Vraag binnen bij het Hof
6 oktober 2023
Arrest
14 november 2024 (na 13,3 maanden)
Onderwerp
Belasting over de toegevoegde waarde
ECLI
ECLI:EU:C:2024:961

Waar gaat de zaak over?

Een bestuurder en de Staatssecretaris van Financiën hebben een geschil over onbetaalde btw. De Belastingdienst stelde de bestuurder aansprakelijk: hij moest de belastingschuld van een bedrijf betalen. Het bedrijf had niet volgens de regels gemeld dat het niet kon betalen. De zaak gaat over de btw-richtlijn (2006/112/EG), die gemeenschappelijke regels voor de btw bevat.

De vraag van de rechter

De Hoge Raad vraagt of de Nederlandse regeling niet te ver gaat. Zonder een juiste melding wordt aangenomen dat de belastingschuld door slecht bestuur onbetaald bleef. De bestuurder mag dat pas weerleggen als hij eerst iets anders bewijst. Hij moet aantonen dat de ontbrekende of onjuiste melding niet zijn schuld was.

Mag zo’n regeling het een bestuurder in de praktijk uiterst moeilijk maken om aan betaling te ontkomen? Maakt het daarbij uit dat hij zorgvuldig en te goeder trouw handelde? En dat hij niet betrokken was bij misbruik of fraude?

Het antwoord van het Hof

Volgens het Hof mag een land deze bewijslast bij de bestuurder leggen. Daar geldt wel een voorwaarde voor. De bestuurder moet alle omstandigheden mogen aanvoeren om te bewijzen dat de fout bij het melden niet zijn schuld was. Die mogelijkheid mag niet beperkt blijven tot overmacht: omstandigheden waaraan hij niets kon doen.

Ook mag de bestuurder voor het ene tijdvak aansprakelijk blijven, maar voor het direct volgende tijdvak niet. Dat mag ook wanneer hij voor dat volgende tijdvak heeft bewezen dat hij te goeder trouw handelde. Daarbij gaat het ook om bewijs dat hij gedurende de drie voorgaande jaren zorgvuldig probeerde betalingsproblemen te voorkomen. Zijn betrokkenheid bij misbruik of fraude moet bovendien uitgesloten zijn.

Het Hof legt hiermee de EU-regel uit. De Hoge Raad beslist daarna zelf over de zaak.

De zaak in Nederland

De vraag werd gesteld in deze uitspraak: Hoge Raad der Nederlanden, Arrest van 06/10/2023 (21/03566).

Na het antwoord van het Hof deed de Nederlandse rechter uitspraak:

Volgens de gegevens van het Hof in Cellar. Uitspraken zonder ECLI-nummer staan (nog) niet als link bij het Hof; zoek ze op uitspraken.rechtspraak.nl.

Bronnen Zaak C-613/23 op CURIA · arrest op EUR-Lex · het verzoek in het Publicatieblad. Gegevens: Cellar (Publicatiebureau van de EU), peildatum 30 oktober 2026. De uitleg hierboven is een eigen samenvatting van EuropaPortaal op basis van de officiële Nederlandse tekst van het arrest, geschreven met hulp van een taalmodel en nagelezen op de bron. Alleen de officiële tekst is bindend.