EuropaPortaal › Prejudiciële vragen › Zaken
Loopt nog Zaak C-583/24 · Tagu
Overdragen aan een ander EU-land bij een mogelijk te zware straf?
Moet een rechter vóór overdracht aan een ander EU-land onderzoeken of iemand daar een veel te zware gevangenisstraf moet uitzitten?
- Vraag van
- Rechtbank Amsterdam
- Vraag binnen bij het Hof
- 5 september 2024
- Antwoord
- nog niet (gemiddeld duurt een zaak 16,9 maanden)
De vraag van de rechter
De zaak bij Rechtbank Amsterdam gaat tussen een opgeëiste persoon en het Openbaar Ministerie. De vragen gaan over overdracht aan een ander EU-land om daar een gevangenisstraf uit te zitten. Dat heet overlevering.
De persoon verzet zich daartegen. Volgens het verweer is de opgelegde minimumstraf veel te zwaar. Het zou gaan om de invoer van kleine hoeveelheden drugs voor eigen gebruik, of zonder bedoeling om te handelen. De veroordeling staat vast.
De rechter vraagt uitleg over Kaderbesluit 2002/584/JBZ, dat het Europees aanhoudingsbevel en overlevering regelt. Ook Kaderbesluit 2004/757/JBZ speelt mee: dat bevat minimumregels voor strafbare feiten en straffen rond illegale drugshandel.
Rechtbank Amsterdam wil weten:
- Moet de rechter onderzoeken of iemand na overlevering werkelijk gevaar loopt een veel te zware straf uit te zitten?
- Zo ja, hoe moet de rechter dat beoordelen?
- Welke rol speelt een verplichte minimumgevangenisstraf van zeven jaar, ongeacht de hoeveelheid drugs of het doel van de invoer?
- Kan een garantie van het andere EU-land dat gevaar wegnemen? Hoe zou die eruit kunnen zien?
Het Hof heeft nog niet geantwoord.
Het Hof heeft deze vraag nog niet beantwoord. Zodra er een arrest is, zetten we het antwoord op deze pagina.