EuropaPortaal › Prejudiciële vragen › Zaken
Arrest Gevoegde zaken C-582/17 en C-583/17 · Staatssecretaris van Veiligheid
Mag een asielzoeker vanwege haar partner in Nederland blijven?
Kan een partner in Nederland reden zijn om overdracht tegen te houden? Volgens het Hof kan dat in beginsel niet, maar bestaat er een uitzondering.
- Vraag van
- Raad van State
- Vraag binnen bij het Hof
- 4 oktober 2017
- Arrest
- 2 april 2019 (na 17,9 maanden)
- Onderwerp
- Asielbeleid
- ECLI
- ECLI:EU:C:2019:280
Waar gaat de zaak over?
Twee Syrische vrouwen procederen tegen de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie. Zij vroegen eerst asiel aan in Duitsland en daarna in Nederland. De staatssecretaris wilde hun aanvragen niet behandelen en vroeg Duitsland hen terug te nemen. De zaken gaan over de Dublin III-verordening (604/2013), die bepaalt welk EU-land een asielaanvraag moet behandelen.
De vraag van de rechter
De vrouwen beriepen zich op hun echtgenoot of gestelde echtgenoot in Nederland. Bij een van hen vond de staatssecretaris het huwelijk niet aannemelijk. Ook stelde hij dat zij deze gezinsregel niet konden gebruiken, omdat Duitsland hen moest terugnemen.
De Raad van State vraagt het Hof om uitleg. Bepaalt alleen het land van de eerste asielaanvraag welk land verantwoordelijk is? Kan een asielzoeker daarom alleen daar bij de rechter klagen over verkeerd toegepaste regels, zoals de gezinsregel?
Maakt het daarbij uit of dat land al over de aanvraag heeft beslist? En maakt het verschil als de asielzoeker de aanvraag voortijdig heeft ingetrokken?
Het antwoord van het Hof
Het Hof geeft een hoofdregel en een uitzondering. De hoofdregel geldt voor iemand die na een eerste asielaanvraag vertrekt en elders opnieuw asiel aanvraagt. Die persoon kan zich in dat tweede land in beginsel niet op de gezinsregel beroepen om overdracht tegen te houden.
Er bestaat wel een uitzondering voor de situatie die artikel 20, lid 5, beschrijft. De asielzoeker moet de autoriteiten van het tweede land informatie hebben gegeven. Daaruit moet duidelijk blijken dat dit land volgens de gezinsregel de asielaanvraag moet behandelen. Dan kan de asielzoeker zich bij de rechter wel op die regel beroepen.
De zaak in Nederland
De vraag werd gesteld in deze uitspraak: Raad van State, Uitspraak van 27/09/2017 (201604333/1/V3).
Na het antwoord van het Hof deed de Nederlandse rechter uitspraak:
- Raad van State, afdeling bestuursrechtspraak, Uitspraak van 31/10/2019 (ECLI:NL:RVS:2019:3672) (ECLI:NL:RVS:2019:3672 op rechtspraak.nl)
Volgens de gegevens van het Hof in Cellar. Uitspraken zonder ECLI-nummer staan (nog) niet als link bij het Hof; zoek ze op uitspraken.rechtspraak.nl.