EuropaPortaal › Prejudiciële vragen › Zaken
Arrest Zaak C-573/17
Moet een Nederlandse regel wijken voor EU-regels?
Een rechter hoeft een Nederlandse regel niet altijd opzij te zetten voor EU-regels, maar moet die wel zo veel mogelijk in lijn daarmee uitleggen.
- Vraag van
- Rechtbank Amsterdam
- Vraag binnen bij het Hof
- 28 september 2017
- Arrest
- 24 juni 2019 (na 20,8 maanden)
- Onderwerp
- Justitiële samenwerking in burgerlijke zaken, Justitiële samenwerking in strafzaken
- ECLI
- ECLI:EU:C:2019:530
Waar gaat de zaak over?
Een Poolse man die in Nederland woont, moet een straf in de gevangenis uitzitten. Daarom vragen de Poolse diensten Nederland om hem aan Polen over te dragen. Dat doen ze met een Europees aanhoudingsbevel: een verzoek om iemand op te pakken en over te dragen.
Rechtbank Amsterdam behandelt dit verzoek volgens kaderbesluit 2002/584. Dat is de EU-regeling over het Europees aanhoudingsbevel. Ook kaderbesluit 2008/909/JBZ speelt mee. Die EU-regeling gaat over het uitvoeren van straffen in de gevangenis uit andere EU-landen.
De vraag van de rechter
De rechtbank onderzoekt of Nederland mag weigeren de man aan Polen over te dragen. De vraag is dan ook of Nederland de straf echt zelf kan uitvoeren. Volgens de rechtbank botsen de Nederlandse regels met het kaderbesluit over het Europees aanhoudingsbevel.
Daarom stelt Rechtbank Amsterdam deze vragen aan het Hof:
- Moet de rechter een Nederlandse regel opzijzetten als die botst met een kaderbesluit? Geldt dat ook als de rechter de regel niet passend kan uitleggen?
- Is een Nederlandse verklaring over het kaderbesluit voor straffen in de gevangenis geldig? Nederland legde die verklaring pas af nadat het kaderbesluit was aangenomen.
Het antwoord van het Hof
Volgens het Hof heeft zo’n te late verklaring geen gevolgen voor het recht. Nederland kon de verklaring dus niet meer geldig afleggen nadat het kaderbesluit was aangenomen.
EU-recht gaat voor op Nederlands recht. Toch hoeft de rechter de botsende Nederlandse regel hier niet opzij te zetten. De betrokken kaderbesluiten hebben namelijk geen ‘rechtstreekse werking’. Dat betekent hier dat deze EU-regels op zichzelf de Nederlandse regel niet opzijzetten.
De rechter en andere diensten van de overheid hebben wel een taak. Zij moeten het Nederlandse recht zo veel mogelijk uitleggen volgens de kaderbesluiten. Die uitleg moet een uitkomst mogelijk maken die past bij het doel van het betrokken kaderbesluit.
De zaak in Nederland
De vraag werd gesteld in deze uitspraak: Rechtbank Amsterdam, Tussenuitspraak van 28/09/2017 (14/521).
Volgens de gegevens van het Hof in Cellar. Uitspraken zonder ECLI-nummer staan (nog) niet als link bij het Hof; zoek ze op uitspraken.rechtspraak.nl.