EuropaPortaal › Prejudiciële vragen › Zaken
Arrest Zaak C-568/17 · Staatssecretaris van Financiën
Waar betaalt een aanbieder btw over live webcamsessies?
Volgens het Hof bepaalt de vestigingsplaats van de aanbieder waar live webcamsessies voor de btw plaatsvinden.
- Vraag van
- Hoge Raad
- Vraag binnen bij het Hof
- 27 september 2017
- Arrest
- 8 mei 2019 (na 19,3 maanden)
- Onderwerp
- Belasting over de toegevoegde waarde
- ECLI
- ECLI:EU:C:2019:388
Waar gaat de zaak over?
Een ondernemer en de Staatssecretaris van Financiën zijn het oneens over de btw. Het gaat om live interactieve erotische webcamsessies. De modellen werken in de Filipijnen; alle klanten bevinden zich in Nederland.
De Belastingdienst stuurde de ondernemer een naheffingsaanslag: een rekening voor niet-aangegeven btw. De zaak gaat over de Zesde richtlijn (77/388/EEG) en de btw-richtlijn (2006/112/EG). Dat zijn Europese btw-wetten die elk land zelf in eigen wetten moet omzetten.
De vraag van de rechter
De Hoge Raad vraagt het Hof hoe het deze regels moet uitleggen. Klanten betalen voor toegang tot de sessies. Ze kunnen met de modellen communiceren en hun specifieke verzoeken doen.
De Hoge Raad wil weten:
- Zijn deze webcamsessies amusement volgens de Europese btw-regels?
- Waar vindt de dienst dan plaats: bij de modellen, bij de klanten of ergens anders?
- Gelden ook de bijzondere btw-regels voor diensten die elektronisch worden geleverd?
- Welke regeling gaat voor als beide regelingen een andere plaats aanwijzen?
Het antwoord van het Hof
Volgens het Hof is het aanbieden van deze webcamsessies amusement. Voor de btw vindt de dienst plaats waar het bedrijf gevestigd is. Ook een vaste vestiging van waaruit de ondernemer de dienst aanbiedt, kan bepalend zijn. Ontbreken die vestigingen, dan telt zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats.
Het Hof geeft ook antwoord over de bijzondere regels voor elektronisch geleverde diensten. Die regels gelden niet als alle klanten in hetzelfde EU-land als de aanbieder zijn. Het antwoord gaat over die situatie.
De Hoge Raad moet daarna zelf over het geschil beslissen. Daarbij moet de Hoge Raad de uitleg van het Hof volgen.
De zaak in Nederland
De vraag werd gesteld in deze uitspraak: Hoge Raad der Nederlanden, Derde Kamer, Arrest van 22/09/2017 (15/04171).
Na het antwoord van het Hof deed de Nederlandse rechter uitspraak:
- Hoge Raad der Nederlanden, Belastingkamer, Uitspraak van 19/07/2019 (ECLI:NL:HR:2019:1230) (ECLI:NL:HR:2019:1230 op rechtspraak.nl)
Volgens de gegevens van het Hof in Cellar. Uitspraken zonder ECLI-nummer staan (nog) niet als link bij het Hof; zoek ze op uitspraken.rechtspraak.nl.