EuropaPortaal › Prejudiciële vragen › Zaken
Arrest Zaak C-540/22 · Staatssecretaris van Justitie
Mag Nederland een vergunning eisen voor tijdelijk werk?
Nederland mag bij werk langer dan 3 maanden een vergunning eisen om hier te wonen, maar moet zich daarbij aan voorwaarden houden.
- Vraag van
- Rechtbank Den Haag
- Vraag binnen bij het Hof
- 11 augustus 2022
- Arrest
- 20 juni 2024 (na 22,3 maanden)
- Onderwerp
- Vrij verrichten van diensten
- ECLI
- ECLI:EU:C:2024:530
Waar gaat de zaak over?
Oekraïense werknemers voeren een rechtszaak tegen de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De zaak gaat over Nederlandse vergunningen om hier te wonen. Hun Slowaakse werkgever ROBI leende hen uit aan Ivens NV voor werk in de Rotterdamse haven.
De werknemers zijn het niet eens met de verplichte vergunning. Ook vinden ze dat deze te kort geldt en de aanvraag te veel kost. Het gaat om artikelen 56 en 57 VWEU. Die EU-regels geven de vrijheid om diensten te leveren in andere EU-landen.
De vraag van de rechter
Rechtbank Den Haag vraagt of deze vrijheid werknemers automatisch het recht geeft ergens te wonen. Mag Nederland toch een eigen vergunning eisen bij werk langer dan 3 maanden?
Mag Nederland ook bepalen dat de vergunning maar een beperkte tijd geldt? En mag de aanvraag meer kosten dan een bewijs van verblijf voor EU-burgers?
Het antwoord van het Hof
Volgens het Hof geven deze EU-regels werknemers niet automatisch het recht ergens te wonen. Dat geldt voor het land waar zij in dienst zijn. Het geldt ook voor het land waar zij tijdelijk werken.
Nederland mag een vergunning eisen als de diensten langer dan 3 maanden duren. Nederland mag ook eisen dat de werkgever het werk vooraf meldt. Verder mag het vragen om de contracten van de werknemers. Ook mag het hun vergunningen om te wonen opvragen uit het land van de werkgever.
Nederland mag volgens de eigen regels bepalen hoelang de vergunning maximaal geldt. Daardoor kan de vergunning korter gelden dan nodig is voor het werk. Ook mag deze stoppen zodra de werk- en woonvergunning in het land van de werkgever afloopt.
Verder mag de aanvraag meer kosten dan een bewijs van verblijf voor een EU-burger. Het Hof stelt wel voorwaarden aan deze regels.
De eerste vergunning mag niet duidelijk te kort gelden voor de meeste bedrijven die diensten leveren. Verlengen moet mogelijk zijn zonder veel te veel stappen en papierwerk. De kosten van de aanvraag moeten ongeveer gelijk zijn aan de kosten om deze te behandelen.
De zaak in Nederland
De vraag werd gesteld in deze uitspraak: Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, uitspraak van 11/08/2022 (AWB 21/2734 ; AWB 21/2735 ; AWB 21/2736 ; AWB 21/2737 ; AWB 21/2738 ; AWB 21/2740 ; AWB 21/2741 ; AWB 21/2742 ; AWB 21/2743 ; AWB 21/2744 ; AWB 21/2745 ; AWB 21/2746 ; AWB 21/2747 ; AWB 21/2748 ; AWB 21/2749 ; AWB 21/2750 ; AWB 21/2751 ; AWB 21/2752 ; AWB 21/2753 ; AWB 21/2754 ; AWB 21/2755 ; AWB 21/2756 ; AWB 21/2757 ; AWB 21/2758 ; AWB 21/2759 ; AWB 21/2760 ; AWB 21/2761 ; AWB 21/2762 ; AWB 21/2763 ; AWB 21/2764 ; AWB 21/2765 ; AWB 21/2767 ; AWB 21/2769 ; AWB 21/2771 ; AWB 21/2772 ; AWB 21/2773 ; AWB 21/2774 ; AWB 21/2775 ; AWB 21/2776 ; AWB 21/2777 ; AWB 21/2778 ; AWB 21/2779 ; AWB 21/2780 et AWB 21/4502).
Na het antwoord van het Hof deed de Nederlandse rechter uitspraak:
- Rechtbank Den Haag, Beslissing van 24/07/2025 (ECLI:NL:RBDHA:2025:13674) (ECLI:NL:RBDHA:2025:13674 op rechtspraak.nl)
Volgens de gegevens van het Hof in Cellar. Uitspraken zonder ECLI-nummer staan (nog) niet als link bij het Hof; zoek ze op uitspraken.rechtspraak.nl.