EuropaPortaal

EuropaPortaal › Prejudiciële vragen › Zaken

Arrest Zaak C-522/16 · Staatssecretaris van Financiën

Wie moet invoerrechten betalen bij kunstmatige handel?

Wie bewust kunstmatige handel helpt opzetten, kan invoerrechten moeten betalen, ook zonder zelf verkeerde gegevens te geven.

Vraag van
Hoge Raad
Vraag binnen bij het Hof
7 oktober 2016
Arrest
19 oktober 2017 (na 12,4 maanden)
Onderwerp
Douane-unie en gemeenschappelijk douanetarief
ECLI
ECLI:EU:C:2017:778

Waar gaat de zaak over?

Een man voert een rechtszaak tegen de Staatssecretaris van Financiën. De zaak gaat over extra invoerrechten en btw. Bedrijf F voerde bevroren rauw kippenvlees in Nederland in.

Volgens de douane waren de prijzen kunstmatig verhoogd via een reeks bedrijven. Zo wilden de betrokkenen voorkomen dat ze extra invoerrechten moesten betalen.

De zaak draait om het communautair douanewetboek (verordening nr. 2913/92), een Europese wet die meteen in alle EU-landen geldt. Deze wet geeft regels voor aangiften bij de douane. Ook regelt de wet wie invoerrechten moet betalen.

De vraag van de rechter

De Hoge Raad vraagt het Hof hoe deze regels werken:

  • Tellen verplichte bewijsstukken mee als gegevens voor een aangifte bij de douane?
  • Moet iemand ook betalen als hij bewust de kunstmatige handel hielp bedenken en opzetten? Ook als hij zelf geen gegevens gaf?
  • Maakt het uit dat deskundigen op het gebied van douaneregels de opzet wettig noemden?
  • Kan de douane na 3 jaar nog invoerrechten opeisen? En kan dat ook als iemand al een eerdere eis tot betaling aanvecht?

Het antwoord van het Hof

De verplichte bewijsstukken tellen mee als gegevens voor de aangifte bij de douane. Het gaat om stukken die verplicht zijn volgens verordening nr. 1484/95. Die wet regelt extra invoerrechten voor onder meer pluimvee voor de slacht.

Ook iemand die zelf geen verkeerde gegevens gaf, kan moeten betalen. Hij moet dan nauw en bewust hebben meegewerkt aan de kunstmatige handel. Door die handel moeten minder invoerrechten zijn betaald.

Hij moet bovendien weten dat het geen normale handel is. Of hij had dat kunnen en moeten weten. De handel mag alleen zijn opgezet om onterecht voordeel uit EU-regels te halen.

Deskundigen op het gebied van douaneregels noemden de opzet wettig. Maar dat verandert niets aan deze regels.

Het Hof legt ook uit hoe het zit met de termijn. De schuld ontstond doordat goederen op de EU-markt werden gebracht. Alleen dat feit sluit niet uit dat de douane het te betalen bedrag na 3 jaar nog meedeelt. Het Hof zegt daarmee niet dat dit altijd mag.

De zaak in Nederland

De vraag werd gesteld in deze uitspraak: Hoge Raad der Nederlanden, derde kamer, Arrest van 30/09/2016 (14/02785).

Na het antwoord van het Hof deed de Nederlandse rechter uitspraak:

Volgens de gegevens van het Hof in Cellar. Uitspraken zonder ECLI-nummer staan (nog) niet als link bij het Hof; zoek ze op uitspraken.rechtspraak.nl.

Bronnen Zaak C-522/16 op CURIA · arrest op EUR-Lex · het verzoek in het Publicatieblad. Gegevens: Cellar (Publicatiebureau van de EU), peildatum 30 oktober 2026. De uitleg hierboven is een eigen samenvatting van EuropaPortaal op basis van de officiële Nederlandse tekst van het arrest, geschreven met hulp van een taalmodel en nagelezen op de bron. Alleen de officiële tekst is bindend.