EuropaPortaal › Prejudiciële vragen › Zaken
Arrest Zaak C-520/14 · Gemeente Borsele
Is de gemeente btw-plichtig voor leerlingenvervoer?
Is Borsele btw-plichtig voor leerlingenvervoer met ouderbijdragen? Volgens het Hof niet, in de omstandigheden van deze zaak.
- Vraag van
- Hoge Raad
- Vraag binnen bij het Hof
- 18 november 2014
- Arrest
- 12 mei 2016 (na 17,8 maanden)
- Onderwerp
- Belasting over de toegevoegde waarde
- ECLI
- ECLI:EU:C:2016:334
Waar gaat de zaak over?
De gemeente Borsele en de Staatssecretaris van Financiën procederen over btw op leerlingenvervoer. De gemeente schakelt vervoersbedrijven in en vraagt sommige ouders een bijdrage. Zij wil de btw die vervoerders haar berekenen aftrekken: in mindering brengen op de btw die zij zelf moet betalen. Het gaat om de btw-richtlijn (2006/112/EG), die de gemeenschappelijke regels voor btw vastlegt.
De vraag van de rechter
De Hoge Raad wil weten of de gemeente voor dit leerlingenvervoer btw-plichtig is. Moet zij dus worden behandeld als iemand die een economische activiteit verricht?
Daarbij speelt mee hoe de gemeente het vervoer betaalt. In 2008 betaalde ongeveer een derde van de ouders een bijdrage. Alle bijdragen samen dekten 3 % van de vervoerskosten. De gemeente betaalde het verschil uit haar algemene middelen.
De Hoge Raad vraagt ook hoe de beoordeling moet plaatsvinden:
- Moet de regeling als geheel worden bekeken, of elke vervoersdienst apart?
- Als elke dienst apart moet worden bekeken, maakt de afstand dan verschil? Het gaat om vervoer tussen 6 en 20 kilometer en vervoer over meer dan 20 kilometer.
Het antwoord van het Hof
Volgens het Hof verricht een gemeente onder omstandigheden zoals in deze zaak geen economische activiteit met het leerlingenvervoer. Daarom is zij voor die activiteit niet btw-plichtig.
Het antwoord gaat dus over leerlingenvervoer onder deze omstandigheden. Het Hof zegt niet dat elk leerlingenvervoer door een gemeente buiten de btw valt.
De zaak in Nederland
De vraag werd gesteld in deze uitspraak: Hoge Raad der Nederlanden, 3e kamer, arrest van 07/11/2014 (12/02683).
Na het antwoord van het Hof deed de Nederlandse rechter uitspraak:
- Hoge Raad der Nederlanden, 3e kamer, arrest van 18/11/2016 (12/02683bis)
Volgens de gegevens van het Hof in Cellar. Uitspraken zonder ECLI-nummer staan (nog) niet als link bij het Hof; zoek ze op uitspraken.rechtspraak.nl.