EuropaPortaal

EuropaPortaal › Prejudiciële vragen › Zaken

Arrest Zaak C-498/20 · BMA Braunschweigische Maschinenbauanstalt AG

Welke rechter mag oordelen over schade voor schuldeisers?

De rechter waar het failliete bedrijf is gevestigd, mag oordelen over schade voor schuldeisers. Dat zegt het Europese Hof.

Vraag van
Rechtbank Midden-Nederland
Vraag binnen bij het Hof
29 september 2020
Arrest
10 maart 2022 (na 17,3 maanden)
Onderwerp
Justitiële samenwerking in burgerlijke zaken, Institutioneel recht
ECLI
ECLI:EU:C:2022:173

Waar gaat de zaak over?

De curator van het failliete BMA Nederland BV eist geld voor geleden schade. Hij eist dit van BMA Braunschweigische Maschinenbauanstalt AG. Dit Duitse bedrijf staat via een moederbedrijf boven BMA Nederland.

Volgens de curator heeft het Duitse bedrijf de schuldeisers benadeeld. Het bedrijf stopte namelijk met het geven van geld aan BMA Nederland. Ook Stichting Belangenbehartiging Crediteuren BMA Nederland eist geld voor geleden schade.

De zaak gaat over verordening (EU) nr. 1215/2012. Een verordening is een Europese wet die meteen in alle EU-landen geldt. Deze wet bepaalt welke rechter een burgerlijke zaak mag behandelen.

Ook de Rome II-verordening (nr. 864/2007) speelt een rol. Die bepaalt welk nationaal recht geldt bij schade buiten een overeenkomst.

De vraag van de rechter

Rechtbank Midden-Nederland wil weten of zij deze schadezaak mag behandelen. Hangt dit af van de plek waar het failliete bedrijf is gevestigd? Maakt het uit dat een curator of stichting voor schuldeisers optreedt?

Wat als de rechter de eerste zaak toch niet mag behandelen? Mag zij dan nog wel oordelen over de eis van de stichting?

Verder wil de rechter weten welk nationaal recht geldt voor de schade. Er zijn afspraken gemaakt over het geven van geld aan BMA Nederland. Die afspraken wijzen de Duitse rechter en het Duitse recht aan. Welke rol spelen die afspraken?

Het antwoord van het Hof

De rechter waar het failliete bedrijf is gevestigd, mag de schadezaak behandelen. De eis is bedoeld voor alle schuldeisers. Het bedrijf dat boven BMA Nederland staat, heeft zijn zorgplicht geschonden. Die plicht houdt in dat het rekening moet houden met de belangen van schuldeisers.

Een stichting komt op voor de belangen die alle schuldeisers delen. Dat verandert het antwoord niet. Ook niet als de rechter niet kijkt naar de persoonlijke situatie van schuldeisers.

Beslist de rechter dat zij de eerste zaak toch niet mag behandelen? Dan mag zij ook niet meer oordelen over de eis van de stichting. Die eis is namelijk bij de eerste zaak gevoegd. Dat gevolg geldt automatisch.

Voor de schade geldt in principe het recht van het land waar het failliete bedrijf is gevestigd. Maar een afspraak over het geven van geld kan een rechter aanwijzen. Dat kan wijzen op een duidelijk nauwere band met een ander land.

De zaak in Nederland

De vraag werd gesteld in deze uitspraak: Rechtbank Midden-Nederland, Vonnis van 02/09/2020.

Volgens de gegevens van het Hof in Cellar. Uitspraken zonder ECLI-nummer staan (nog) niet als link bij het Hof; zoek ze op uitspraken.rechtspraak.nl.

Bronnen Zaak C-498/20 op CURIA · arrest op EUR-Lex · het verzoek in het Publicatieblad. Gegevens: Cellar (Publicatiebureau van de EU), peildatum 30 oktober 2026. De uitleg hierboven is een eigen samenvatting van EuropaPortaal op basis van de officiële Nederlandse tekst van het arrest, geschreven met hulp van een taalmodel en nagelezen op de bron. Alleen de officiële tekst is bindend.