EuropaPortaal › Prejudiciële vragen › Zaken
Arrest Zaak C-492/18
Mag iemand langer vastzitten na een Europees aanhoudingsbevel?
Bij zeer groot vluchtgevaar hoeft iemand na 90 dagen niet automatisch vrij te komen, maar langer vasthouden moet aan EU-regels voldoen.
- Vraag van
- Rechtbank Amsterdam
- Vraag binnen bij het Hof
- 27 juli 2018
- Arrest
- 12 februari 2019 (na 6,6 maanden)
- Procedure
- spoedprocedure
- Onderwerp
- Justitiële samenwerking in strafzaken, Politiële samenwerking
- ECLI
- ECLI:EU:C:2019:108
Waar gaat de zaak over?
Een Britse man zit in Nederland vast vanwege een Europees aanhoudingsbevel. Dat is een verzoek om iemand op te pakken en over te brengen. De Britse overheid verdenkt hem van betrokkenheid bij drugshandel en wil hem laten overbrengen.
De man vraagt Rechtbank Amsterdam om hem na 90 dagen voorlopig vrij te laten. De zaak draait om kaderbesluit 2002/584/JBZ. Deze EU-regeling gaat over Europese aanhoudingsbevelen en het overbrengen van gezochte personen tussen EU-landen.
De vraag van de rechter
Volgens de Nederlandse wet moet iemand in principe na 90 dagen voorlopig vrijkomen. Rechtbank Amsterdam vindt de kans dat deze man vlucht echter zeer groot. Ook met voorwaarden kan de rechtbank dat gevaar niet genoeg beperken.
De rechtbank legt de wet daarom zo uit dat de beslistermijn tijdelijk stopt. Dat gebeurt bijvoorbeeld als zij wacht op een antwoord van het Europese Hof. Daardoor kan iemand langer vastblijven.
De rechtbank vraagt of dit mag volgens het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Artikel 6 daarvan beschermt het recht op vrijheid. Ook moeten mensen vooraf kunnen weten welke regels voor hen gelden. Dat heet rechtszekerheid.
Het antwoord van het Hof
Het Hof geeft een antwoord in 2 delen. Volgens het kaderbesluit mag er geen algemene regel zijn die vrijlating na 90 dagen altijd verplicht. Dat geldt als het vluchtgevaar zeer groot is en passende maatregelen niet genoeg helpen.
Maar de rechter mag de wet niet zomaar uitleggen om iemand langer vast te houden. Het Hof noemt daarbij het wachten op antwoorden van het Europese Hof. Het noemt ook uitstel omdat gevangenen in het andere land mogelijk onmenselijk of mensonterend worden behandeld.
Het Handvest verbiedt zo’n uitleg als die niet aan 2 eisen voldoet. De uitleg moet voldoende verzekeren dat de nationale regel aansluit bij het kaderbesluit. Ook mag de uitleg niet zo sterk wisselen dat daardoor verschilt hoelang iemand nog vastzit.
Rechtbank Amsterdam moet nu zelf over de zaak beslissen.
De zaak in Nederland
De vraag werd gesteld in deze uitspraak: Rechtbank Amsterdam, TUSSENBESCHIKKING VAN 27/07/2018 (13.751.668-17).
Volgens de gegevens van het Hof in Cellar. Uitspraken zonder ECLI-nummer staan (nog) niet als link bij het Hof; zoek ze op uitspraken.rechtspraak.nl.