EuropaPortaal › Prejudiciële vragen › Zaken
Arrest Zaak C-459/20 · Staatssecretaris van Justitie
Mag een moeder bij haar Nederlandse kind wonen na verblijf buiten de EU?
Een moeder kan via haar Nederlandse kind recht op verblijf krijgen, ook als het kind nooit in de EU woonde. Daarvoor gelden voorwaarden.
- Vraag van
- Rechtbank Den Haag
- Vraag binnen bij het Hof
- 15 september 2020
- Arrest
- 22 juni 2023 (na 33,2 maanden)
- Onderwerp
- Burgerschap van de Unie
- ECLI
- ECLI:EU:C:2023:499
Waar gaat de zaak over?
Een Thaise vrouw voert een rechtszaak tegen de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Hij heeft haar aanvraag om in Nederland te mogen wonen afgewezen.
Haar Nederlandse kind woont sinds zijn geboorte in Thailand. Het is nooit in de EU geweest. Volgens de moeder is het kind volledig van haar afhankelijk. De zaak gaat over artikel 20 VWEU, dat het burgerschap van de Europese Unie regelt.
De vraag van de rechter
Rechtbank Den Haag vraagt het Hof of de moeder via haar kind recht op verblijf kan krijgen. Kan dat ook als het kind nooit in de EU heeft gewoond?
Daarnaast vraagt de rechter of moet worden aangetoond dat verhuizen in het belang van het kind is. Ook wil de rechter weten hoe Nederland moet beoordelen of het kind afhankelijk is van de moeder. Welke rol spelen haar dagelijkse zorg, haar gezag en mogelijke zorg door de vader?
Het antwoord van het Hof
Dat het kind nooit in de EU woonde, sluit verblijfsrecht voor de moeder niet uit. Het kind moet wel afhankelijk zijn van haar. Ook moet vaststaan dat zij samen naar Nederland komen en daar gaan wonen. De moeder kan dan via haar kind recht op verblijf krijgen.
Nederland mag niet eisen dat verhuizen aantoonbaar in het belang van het kind is. Dat dit niet is aangetoond, mag dus geen reden zijn om de aanvraag af te wijzen.
Nederland moet alle omstandigheden meewegen die van belang zijn voor de afhankelijkheid van het kind. De moeder zorgde vroeger niet altijd dagelijks voor het kind. Dat mag niet de doorslag geven.
Ook als de moeder als enige ouder het gezag heeft, bepaalt dat niet alleen de uitkomst. Hetzelfde geldt voor de mogelijkheid dat de Nederlandse vader de dagelijkse zorg overneemt.
De zaak in Nederland
De vraag werd gesteld in deze uitspraak: Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, Uitspraak van 10/09/2020 (NL:RBDHA:2020:9077) (ECLI:NL:RBDHA:2020:9077).
Volgens de gegevens van het Hof in Cellar. Uitspraken zonder ECLI-nummer staan (nog) niet als link bij het Hof; zoek ze op uitspraken.rechtspraak.nl.