EuropaPortaal › Prejudiciële vragen › Zaken
Arrest Zaak C-445/18 · Vaselife International BV
Wanneer mag een vergunning voor een ingevoerd bestrijdingsmiddel langer gelden?
Een vergunning voor een ingevoerd bestrijdingsmiddel kan langer gelden, maar niet automatisch: er zijn een apart besluit en een controle nodig.
- Vraag van
- College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Vraag binnen bij het Hof
- 9 juli 2018
- Arrest
- 14 november 2019 (na 16,2 maanden)
- Onderwerp
- Landbouw, Onderlinge aanpassing van de wetgevingen, Volksgezondheid
- ECLI
- ECLI:EU:C:2019:968
Waar gaat de zaak over?
Vaselife International BV en Chrysal International BV voeren een rechtszaak. Die is tegen het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden. De zaak gaat vooral over een vergunning van Vaselife. Het College weigerde die langer te laten gelden.
Met die vergunning mag Vaselife een bestrijdingsmiddel voor gewassen invoeren. Dat middel komt overeen met een middel dat Nederland al heeft toegelaten. Dit heet parallelhandel. Het toegelaten Nederlandse middel dient als voorbeeld voor de vergelijking.
De zaak gaat over verordening (EG) nr. 1107/2009, een Europese wet die meteen in alle EU-landen geldt. Die wet regelt hoe bestrijdingsmiddelen voor gewassen op de markt mogen komen.
De vraag van de rechter
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven vraagt het Europese Hof om uitleg. De rechter stelt de volgende vragen:
- Mag de invoervergunning langer gelden als de toelating voor het Nederlandse voorbeeldmiddel wordt verlengd? Gebeurt dat automatisch, of is een apart besluit nodig?
- Aan welke voorwaarden moet zo’n verlenging voldoen?
- Kunnen middelen nog als precies hetzelfde gelden bij een andere fabrikant of fabriek?
- Wie moet bewijzen dat de middelen nog precies hetzelfde zijn?
Het antwoord van het Hof
De bevoegde instantie mag zelf besluiten de invoervergunning langer te laten gelden. Die mag dan aansluiten bij de verlengde toelating voor het Nederlandse voorbeeldmiddel. Dat gebeurt niet automatisch: er is een apart besluit nodig. De instantie moet controleren of nog aan de voorwaarden voor de vergunning is voldaan.
Ook met een andere fabrikant en fabriek kunnen middelen als precies hetzelfde gelden. Het Hof noemt een situatie waarin een ander bedrijf het Nederlandse voorbeeldmiddel maakt. Dat gebeurt op dezelfde manier, met toestemming van de fabrikant die het eerst maakte. Die toestemming moet voor langere tijd gelden, net als een contract over het recht om het middel te maken.
Het bedrijf met de vergunning moet opnieuw een volledige aanvraag indienen. Daar moeten alle vereiste gegevens bij zitten. Daarmee moet het bedrijf bewijzen dat de middelen nog precies hetzelfde zijn. De instantie mag ook informatie vragen aan het land waar het ingevoerde middel vandaan komt.
Maakt iemand bezwaar tegen de vergunning? Dan bepalen nationale regels wie wat moet bewijzen. Die regels mogen rechten uit EU-wetten niet ongunstiger behandelen dan soortgelijke rechten uit nationale wetten. Ook mogen ze het gebruik van EU-rechten niet vrijwel onmogelijk of heel moeilijk maken.
De zaak in Nederland
De vraag werd gesteld in deze uitspraak: College van Beroep voor het bedrijfsleven, Uitspraak van 03/07/2018 (17/933 en 17/1232).
Volgens de gegevens van het Hof in Cellar. Uitspraken zonder ECLI-nummer staan (nog) niet als link bij het Hof; zoek ze op uitspraken.rechtspraak.nl.