EuropaPortaal › Prejudiciële vragen › Zaken
Arrest Zaak C-440/25 · Erbil
Mag de rechter zelf een afgewezen asielverzoek beoordelen?
De rechter mag zelf een afgewezen asielverzoek beoordelen, zegt het Hof. EU-landen mogen die bevoegdheid niet beperken.
- Vraag van
- Rechtbank Den Haag
- Vraag binnen bij het Hof
- 4 juli 2025
- Arrest
- 4 juni 2026 (na 11,0 maanden)
- Onderwerp
- Asielbeleid, Handvest van de grondrechten
- ECLI
- ECLI:EU:C:2026:448
Waar gaat de zaak over?
Een Iraaks gezin met 6 kinderen vecht de afwijzing van zijn asielverzoeken aan. Het gezin voert hierover een rechtszaak tegen de minister van Asiel en Migratie.
Het gezin vreest onder meer bloedwraak, uithuwelijking en besnijdenis van de dochters. Ook vreest het vervolging omdat de dochters gelijkheid tussen vrouwen en mannen belangrijk vinden.
De zaak gaat over richtlijn 2013/32/EU, een Europese wet die elk land zelf in eigen wetten moet omzetten. Deze wet regelt hoe landen internationale bescherming verlenen en intrekken.
Ook speelt richtlijn 2011/95/EU een rol. Die bepaalt wie internationale bescherming kan krijgen en wat die bescherming inhoudt.
De vraag van de rechter
Rechtbank Den Haag wil weten of zij zelf het asielverhaal mag beoordelen. Mag zij bepalen of dat verhaal geloofwaardig is en bescherming nodig is? Mag haar oordeel daarbij in de plaats komen van dat van de minister?
Volgens de rechtbank beperkt Nederlandse rechtspraak die mogelijkheid. Zij vraagt of dat mag volgens het EU-recht. Ook wil zij weten of zij nieuwe informatie uit de rechtszaak mag meenemen. Verder vraagt zij wanneer iemand een ‘gegronde vrees voor vervolging’ heeft.
Het antwoord van het Hof
De rechter mag zelf een bindend oordeel geven. Dat betekent dat de betrokken partijen zich aan dat oordeel moeten houden. Het oordeel kan gaan over de geloofwaardigheid van het asielverhaal en de noodzaak van bescherming. De rechter mag ook beoordelen hoe aannemelijk vervolging of een werkelijk risico op ernstige schade bij terugkeer is.
Daarbij houdt de rechter rekening met alle informatie die tijdens de rechtszaak naar voren komt. EU-landen mogen deze bevoegdheid niet beperken.
Een gegronde vrees bestaat als vervolging bij terugkeer redelijk waarschijnlijk is. De nationale instanties die hierover beslissen, moeten iedere aanvraag apart, concreet en objectief beoordelen. Zij moeten kijken naar de persoonlijke situatie en de feiten en omstandigheden van het verzoek. Ook moeten zij kijken naar de situatie in het land van herkomst.
De zaak in Nederland
De vraag werd gesteld in deze uitspraak: Rechtbank den Haag zittingsplaats Zwolle, Beslissing van 04/07/2025 (NL23.29544 ; NL23.29546 ; NL23.29548 T).
Na het antwoord van het Hof deed de Nederlandse rechter uitspraak:
- Rechtbank Den Haag, Beslissing van 28/07/2026 (ECLI:NL:RBDHA:2026:21092) (ECLI:NL:RBDHA:2026:21092 op rechtspraak.nl)
Volgens de gegevens van het Hof in Cellar. Uitspraken zonder ECLI-nummer staan (nog) niet als link bij het Hof; zoek ze op uitspraken.rechtspraak.nl.