EuropaPortaal

EuropaPortaal › Prejudiciële vragen › Zaken

Arrest Zaak C-393/23 · Athenian Brewery and Heineken

Mag de Nederlandse rechter oordelen over de Griekse dochter van Heineken?

De rechter mag aannemen dat Heineken haar dochter sterk beïnvloedde, maar de bedrijven moeten dit kunnen tegenspreken.

Vraag van
Hoge Raad
Vraag binnen bij het Hof
28 juni 2023
Arrest
13 februari 2025 (na 19,6 maanden)
Onderwerp
Justitiële samenwerking in burgerlijke zaken
ECLI
ECLI:EU:C:2025:85

Waar gaat de zaak over?

De Griekse bierbrouwer Macedonian Thrace Brewery eist geld voor geleden schade. Athenian Brewery en moederbedrijf Heineken zouden die schade moeten betalen. Volgens de Griekse toezichthouder op eerlijke concurrentie tussen bedrijven misbruikte Athenian Brewery haar sterke positie op de Griekse biermarkt.

Heineken is gevestigd in Amsterdam en bezat indirect ongeveer 98,8 % van Athenian Brewery. De zaak draait om verordening (EU) nr. 1215/2012, een Europese wet die meteen in alle EU-landen geldt. Deze wet bepaalt onder meer welke rechter zaken tussen burgers en bedrijven mag behandelen.

De vraag van de rechter

De Hoge Raad wil weten of de Nederlandse rechter ook de eis tegen de Griekse dochter mag behandelen. Daarvoor moeten de eisen tegen beide bedrijven nauw met elkaar samenhangen.

Mag de rechter daarbij aannemen dat Heineken beslissende invloed had op haar dochter? Dat vermoeden bestaat als een moederbedrijf alle of bijna alle aandelen bezit.

De Hoge Raad vraagt ook hoe de rechter moet omgaan met bezwaren daartegen. Heineken ontkent namelijk dat zij die invloed uitoefende.

Het antwoord van het Hof

Het Hof staat toe dat de rechter dit vermoeden gebruikt. Het gaat hier om de vraag of de rechter de zaak mag behandelen. Het Hof beslist dus niet of Heineken en Athenian Brewery de schade moeten betalen.

Het vermoeden mag gelden bij eisen om geld voor schade tegen een moederbedrijf en haar dochter. De schade moet dan komen doordat de dochter regels voor eerlijke concurrentie tussen bedrijven overtrad. Daarbij moet het moederbedrijf direct of indirect alle of bijna alle aandelen bezitten.

De bedrijven moeten wel de kans krijgen om dit vermoeden met sterke aanwijzingen tegen te spreken. Zij mogen aantonen dat het moederbedrijf niet alle of bijna alle aandelen bezat. Ook mogen zij aanwijzingen geven dat het vermoeden om een andere reden niet klopt.

De zaak in Nederland

De vraag werd gesteld in deze uitspraak: Hoge Raad der Nederlanden, arrest van 23/06/2023 (21/02116).

Na het antwoord van het Hof deed de Nederlandse rechter uitspraak:

Volgens de gegevens van het Hof in Cellar. Uitspraken zonder ECLI-nummer staan (nog) niet als link bij het Hof; zoek ze op uitspraken.rechtspraak.nl.

Bronnen Zaak C-393/23 op CURIA · arrest op EUR-Lex · het verzoek in het Publicatieblad. Gegevens: Cellar (Publicatiebureau van de EU), peildatum 30 oktober 2026. De uitleg hierboven is een eigen samenvatting van EuropaPortaal op basis van de officiële Nederlandse tekst van het arrest, geschreven met hulp van een taalmodel en nagelezen op de bron. Alleen de officiële tekst is bindend.