EuropaPortaal › Prejudiciële vragen › Zaken
Arrest Zaak C-380/18 · Staatssecretaris van Justitie
Moet een bezoeker de EU verlaten bij verdenking van een misdrijf?
Een verdenking kan reden zijn om een kort verblijf te beëindigen, maar alleen bij een voldoende ernstig feit en concrete aanwijzingen.
- Vraag van
- Raad van State
- Vraag binnen bij het Hof
- 11 juni 2018
- Arrest
- 12 december 2019 (na 18,0 maanden)
- Onderwerp
- Grenscontroles
- ECLI
- ECLI:EU:C:2019:1071
Waar gaat de zaak over?
Een man van buiten de EU verbleef kort in Nederland, zonder visumplicht. Hij werd verdacht van overtreding van de Nederlandse Opiumwet. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid droeg hem daarom op de EU te verlaten. De man vocht dit besluit aan.
De zaak draait om de Schengengrenscode (verordening (EU) 2016/399), een Europese wet die meteen in alle EU-landen geldt. Deze wet geeft regels voor het oversteken van grenzen door personen.
De vraag van de rechter
De Raad van State vraagt wanneer een verdenking voldoende is om een kort verblijf te beëindigen. Moet de overheid aantonen dat iemands gedrag een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging vormt voor een belangrijk belang van de samenleving? Of kan een verdenking van een strafbaar feit al voldoende zijn? En hoe moet de overheid die verdenking dan onderbouwen?
Het antwoord van het Hof
Volgens het Hof kan een verdenking reden zijn voor een terugkeerbesluit. Dat is een besluit dat iemand verplicht te vertrekken. Dit kan gelden voor iemand van buiten de EU die zonder visumplicht kort in een EU-land verblijft. Maar de overheid moet aan twee voorwaarden voldoen.
Ten eerste moet het vermoedelijke strafbare feit ernstig genoeg zijn om het verblijf direct te beëindigen. Daarbij tellen het soort feit en de straf die daarop staat mee.
Ten tweede moet de overheid de verdenking onderbouwen met aanwijzingen die met elkaar overeenstemmen. Die aanwijzingen moeten ook objectief en nauwkeurig zijn. Alleen zeggen dat iemand wordt verdacht, is dus niet voldoende.
De Raad van State moet controleren of aan deze voorwaarden is voldaan.
De zaak in Nederland
De vraag werd gesteld in deze uitspraak: Raad van State, Afdeling bestuursrechtspraak, Uitspraak van 06/06/2018 (201607668/1/V1).
Na het antwoord van het Hof deed de Nederlandse rechter uitspraak:
- Raad van State, Afdeling bestuursrechtspraak, Uitspraak van 02/09/2020 (ECLI:NL:RVS:2020:2067) (ECLI:NL:RVS:2020:2067 op rechtspraak.nl)
Volgens de gegevens van het Hof in Cellar. Uitspraken zonder ECLI-nummer staan (nog) niet als link bij het Hof; zoek ze op uitspraken.rechtspraak.nl.