EuropaPortaal › Prejudiciële vragen › Zaken
Arrest Zaak C-341/18 · Staatssecretaris van Justitie
Wanneer krijgt een zeeman een uitreisstempel in zijn paspoort?
Een zeeman krijgt niet bij het aan boord gaan een uitreisstempel, maar wanneer de kapitein het naderende vertrek meldt.
- Vraag van
- Raad van State
- Vraag binnen bij het Hof
- 24 mei 2018
- Arrest
- 5 februari 2020 (na 20,4 maanden)
- Onderwerp
- Grenscontroles, Immigratiebeleid
- ECLI
- ECLI:EU:C:2020:76
Waar gaat de zaak over?
Zeelieden uit landen buiten de EU procederen tegen de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid over een uitreisstempel in hun paspoort. Zij kwamen via Schiphol naar Rotterdam om te werken op schepen die langdurig in de haven lagen. De Zeehavenpolitie Rotterdam weigerde hun bij het aan boord gaan een uitreisstempel, omdat het vertrekmoment van het schip niet vaststond. De zaak gaat over de Schengengrenscode (verordening (EU) 2016/399), die regels geeft voor het oversteken van grenzen door personen.
De vraag van de rechter
De staatssecretaris stelde hoger beroep in bij de Raad van State. Die vroeg het Hof wanneer deze zeelieden volgens de Schengengrenscode uitreizen. Is dat al zodra zij aan boord gaan om te werken? Of moet vaststaan dat zij met het schip de haven verlaten? En wanneer moet de uitreisstempel dan worden gezet?
De zeelieden wezen erop dat zij eerder bij het aan boord gaan altijd een uitreisstempel kregen. Volgens hen beperkte de nieuwe werkwijze hun toegestane verblijf in het Schengengebied.
Het antwoord van het Hof
Het Hof zegt dat aan boord gaan niet het moment is voor de uitreisstempel. De stempel moet worden gezet wanneer de kapitein de bevoegde nationale autoriteiten meldt dat het schip binnenkort vertrekt.
Dit antwoord geldt voor een zeeman uit een land buiten de EU die aan boord gaat van een langdurig afgemeerd schip. Hij gaat daar werken voordat hij met dat schip de haven verlaat. Het Hof maakt daarbij een voorbehoud: de Schengengrenscode moet voor deze zeeman een uitreisstempel voorschrijven.
De zaak in Nederland
De vraag werd gesteld in deze uitspraak: Raad van State, Uitspraak van 09/05/2018 (16/16525; 16/16521; 16/17721; 16/17723).
Na het antwoord van het Hof deed de Nederlandse rechter uitspraak:
- Raad van State, Uitspraak van 25/11/2020 (201704925/2/V2, 201704935/2/V2, 201704940/2/V2, 201704941/2/V2)
Volgens de gegevens van het Hof in Cellar. Uitspraken zonder ECLI-nummer staan (nog) niet als link bij het Hof; zoek ze op uitspraken.rechtspraak.nl.