EuropaPortaal › Prejudiciële vragen › Zaken
Arrest Zaak C-34/24 · Stichting Right to Consumer Justice en Stichting App Stores Claims
Welke rechter mag een gezamenlijke claim tegen Apple behandelen?
Volgens het Hof mag een rechter de gezamenlijke claim tegen Apple ook behandelen voor gebruikers buiten zijn eigen gebied.
- Vraag van
- Rechtbank Amsterdam
- Vraag binnen bij het Hof
- 18 januari 2024
- Arrest
- 2 december 2025 (na 22,5 maanden)
- Onderwerp
- Justitiële samenwerking in burgerlijke zaken
- ECLI
- ECLI:EU:C:2025:936
Waar gaat de zaak over?
Stichting Right to Consumer Justice en Stichting App Stores Claims voeren rechtszaken tegen Apple Distribution International en Apple Inc. Zij eisen namens gebruikers een schadevergoeding. Volgens hen beperkt Apple de concurrentie en houdt het te hoge kosten in bij aankopen via de App Store.
Apple betwist dat Rechtbank Amsterdam deze zaken mag behandelen. De zaak draait om Verordening (EU) nr. 1215/2012, een Europese wet die meteen in alle EU-landen geldt. Die bepaalt onder meer welke rechter zaken tussen burgers en bedrijven mag behandelen.
De vraag van de rechter
Rechtbank Amsterdam wil weten welke rechter de gezamenlijke claims mag behandelen. De App Store richt zich op gebruikers in heel Nederland. De gebruikers namens wie de stichtingen optreden, bevinden zich in verschillende gebieden.
De rechter vraagt daarom waar het handelen plaatsvindt dat de schade veroorzaakt. Ook vraagt hij waar de schade ontstaat als de aankoopplaats onbekend is. Maakt het verschil dat stichtingen gezamenlijk voor gebruikers optreden? En mogen zaken bij één gerecht worden samengebracht?
Het antwoord van het Hof
Het Hof wijst naar de plaats waar de schade ontstaat. Zijn antwoord geldt voor een platform dat zich op alle gebruikers in een EU-land richt. Daarbij zou het platform de concurrentie hebben verstoord door een te hoge vergoeding in te houden.
Iedere rechter in dat EU-land die zulke gezamenlijke claims mag behandelen, mag dat voor alle betrokken gebruikers doen. De claim hoeft dus niet beperkt te blijven tot gebruikers uit het eigen gebied van die rechter.
De organisatie moet wel namens de gebruikers mogen optreden om hun gezamenlijke belangen te beschermen. De gebruikers hoeven nog niet bij naam bekend te zijn. Wel moet kunnen worden vastgesteld wie zij zijn. Ook moeten zij digitale producten op het platform hebben gekocht.
De zaak in Nederland
De vraag werd gesteld in deze uitspraak: Rechtbank Amsterdam, Beslissing van 20/12/2023 (C/13/708095 / HA ZA 22-1 ; C/13/716027 / HA ZA 22-295).
Na het antwoord van het Hof deed de Nederlandse rechter uitspraak:
- Rechtbank Amsterdam, Beslissing van 13/05/2026 (ECLI:NL:RBAMS:2026:4577) (ECLI:NL:RBAMS:2026:4577 op rechtspraak.nl)
Volgens de gegevens van het Hof in Cellar. Uitspraken zonder ECLI-nummer staan (nog) niet als link bij het Hof; zoek ze op uitspraken.rechtspraak.nl.