EuropaPortaal › Prejudiciële vragen › Zaken
Arrest Zaak C-331/19 · Staatssecretaris van Financiën
Wanneer geldt de lage btw voor lustopwekkende producten?
Volgens het Hof hangt de btw op lustopwekkende producten af van de voedingsstoffen en het doel waarvoor mensen ze eten of drinken.
- Vraag van
- Hoge Raad
- Vraag binnen bij het Hof
- 23 april 2019
- Arrest
- 1 oktober 2020 (na 17,3 maanden)
- Onderwerp
- Landbouw, Bescherming van consument, Volksgezondheid, Belasting over de toegevoegde waarde
- ECLI
- ECLI:EU:C:2020:786
Waar gaat de zaak over?
Een ondernemer en de Staatssecretaris van Financiën zijn het oneens over de btw op lustopwekkende producten. De ondernemer verkoopt onder meer capsules, druppels, poeders en sprays in een winkel met erotische artikelen.
De ondernemer gebruikte het lage btw-tarief voor levensmiddelen. De Belastingdienst vond dat onjuist en legde extra belastingaanslagen op.
De zaak gaat over de btw-richtlijn (2006/112/EG), een Europese wet die elk land zelf in eigen wetten moet omzetten. Deze wet geeft regels voor de btw, waaronder het lage tarief voor levensmiddelen.
De vraag van de rechter
De Hoge Raad vraagt het Hof wat ‘levensmiddelen voor menselijke consumptie’ zijn. Zijn dat alle stoffen en producten die mensen naar verwachting eten of drinken? Of gelden daarvoor andere voorwaarden?
Daarnaast vraagt de Hoge Raad wanneer eetbare of drinkbare producten voeding aanvullen of vervangen. Die vraag speelt als de producten zelf geen levensmiddelen zijn.
Het antwoord van het Hof
Het Hof geeft dezelfde uitleg voor beide groepen producten. Het gaat om levensmiddelen en producten die gewoonlijk voeding aanvullen of vervangen.
De producten moeten voedingsstoffen bevatten die het lichaam nodig heeft. Die stoffen helpen het lichaam op te bouwen, geven energie en regelen hoe het werkt. Ze zijn nodig om het lichaam in stand te houden, te laten werken en zich te laten ontwikkelen.
Ook telt mee waarom mensen de producten eten of drinken. Zij moeten dat doen om die voedingsstoffen binnen te krijgen. Dat een product eetbaar of drinkbaar is, is volgens deze uitleg dus niet genoeg.
De zaak in Nederland
De vraag werd gesteld in deze uitspraak: Hoge Raad der Nederlanden, Arrest van 19/04/2019 (Nr. 17/01725).
Na het antwoord van het Hof deed de Nederlandse rechter uitspraak:
- Hoge Raad der Nederlanden, Belastingkamer, Uitspraak van 18/12/2020 (ECLI:NL:HR:2020:2082) (ECLI:NL:HR:2020:2082 op rechtspraak.nl)
Volgens de gegevens van het Hof in Cellar. Uitspraken zonder ECLI-nummer staan (nog) niet als link bij het Hof; zoek ze op uitspraken.rechtspraak.nl.