EuropaPortaal › Prejudiciële vragen › Zaken
Arrest Zaak C-33/25 · Stichting Bloembollenkeuringsdienst
Tulpenbollen planten is geen handel, zegt het Hof
Tulpenbollen planten is geen handel, zegt het Hof, maar EU-landen mogen wel eigen eisen stellen aan bollen die niet voor de handel zijn bedoeld.
- Vraag van
- College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Vraag binnen bij het Hof
- 21 januari 2025
- Arrest
- 22 oktober 2026 (na 21,0 maanden)
- Onderwerp
- Fytosanitaire wetgeving
- ECLI
- ECLI:EU:C:2026:884
Waar gaat de zaak over?
T V.O.F., een bedrijf dat bloembollen teelt, voert een rechtszaak tegen de Stichting Bloembollenkeuringsdienst (BKD). Het bedrijf kreeg een boete van 12.500 euro voor het planten van tulpenbollen. Een deel was besmet met het tulpenmozaïekvirus, een virus dat tulpen besmet. Volgens de teler waren de bollen bedoeld om tulpenrassen te behouden, niet voor verkoop.
De zaak gaat over richtlijn 98/56/EG, een Europese wet die elk land zelf in eigen wetten moet omzetten. Deze wet gaat over de handel in materiaal om sierplanten te kweken, zoals bloembollen.
De vraag van de rechter
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven vraagt het Europese Hof om uitleg. De rechter heeft de volgende vragen:
- Geldt het planten van bloembollen vóór de oogst al als ‘in de handel brengen’?
- Er is een uitzondering om verschillen in erfelijke eigenschappen te behouden. Geldt die ook voor het behoud van een bepaald tulpenras?
- Kan een leverancier die uitzondering gebruiken zonder extra regels die de wet verder uitwerken?
- Mogen landen ook planten laten vallen onder ‘in de handel brengen’? En mogen ze een boete geven aan wie zich niet aan die regels houdt?
Het antwoord van het Hof
Materiaal planten vóór de oogst valt niet onder ‘in de handel brengen’. Ook ‘ter beschikking of in voorraad houden’ gaat niet over het planten. Landen mogen ‘in de handel brengen’ niet uitbreiden tot planten.
Wel mogen landen eigen eisen stellen aan materiaal dat niet voor de handel is bedoeld. Die eisen mogen gaan over de gezondheid en kwaliteit van dat materiaal. Ze mogen gelijk zijn aan de eisen uit de richtlijn, of daarop lijken. Straffen voor wie deze eigen regels niet volgt, vallen alleen onder het recht van dat land.
Een leverancier kan de uitzondering gebruiken om verschillen in erfelijke eigenschappen te behouden. Hij mag materiaal dat daarvoor bedoeld is in de handel brengen. Dat materiaal hoeft dan niet aan de eisen van de richtlijn te voldoen. De EU en de landen hoeven daarvoor geen extra regels te maken.
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven beslist daarna zelf over de zaak.
De zaak in Nederland
De vraag werd gesteld in deze uitspraak: College van Beroep voor het bedrijfsleven, Beslissing van 21/01/2025 (22/362).
Volgens de gegevens van het Hof in Cellar. Uitspraken zonder ECLI-nummer staan (nog) niet als link bij het Hof; zoek ze op uitspraken.rechtspraak.nl.