EuropaPortaal › Prejudiciële vragen › Zaken
Arrest Zaak C-314/18
Wanneer moet een verdachte na zijn proces terug naar Nederland?
Een verdachte moet na zijn proces meestal terug naar Nederland zodra de straf vaststaat, maar soms mag hij langer in het andere land blijven.
- Vraag van
- Rechtbank Amsterdam
- Vraag binnen bij het Hof
- 8 mei 2018
- Arrest
- 11 maart 2020 (na 22,1 maanden)
- Onderwerp
- Justitiële samenwerking in burgerlijke zaken, Justitiële samenwerking in strafzaken, Politiële samenwerking
- ECLI
- ECLI:EU:C:2020:191
Waar gaat de zaak over?
Een Nederlandse man wil niet dat Nederland hem aan het Verenigd Koninkrijk overdraagt. Dat land wil hem berechten voor plannen om samen met anderen drugs in te voeren. De Nederlandse officier van justitie vroeg de Britten te beloven dat hij terugkomt.
Het kaderbesluit over het Europees aanhoudingsbevel (2002/584/JBZ) bevat regels voor zo’n overdracht tussen EU-landen. Zo’n bevel is een verzoek om iemand op te pakken en over te dragen. Ook kaderbesluit 2008/909/JBZ speelt een rol. Dat gaat over het uitzitten van celstraffen uit andere EU-landen.
De vraag van de rechter
Het Verenigd Koninkrijk beloofde de man terug te sturen als hij een straf krijgt. Hij zou zijn celstraf dan in Nederland uitzitten. Maar volgens die belofte moesten eerst ook andere zaken zijn afgerond. Het kon bijvoorbeeld gaan om het afnemen van bezittingen.
De man vindt dat deze belofte niet genoeg zekerheid biedt. Rechtbank Amsterdam stelt het Hof daarom deze vragen:
- Mag het Verenigd Koninkrijk wachten met terugsturen tot ook die andere zaken helemaal zijn afgerond?
- Mag Nederland zijn celstraf aanpassen aan de straf die hij hier voor hetzelfde feit zou krijgen?
Het antwoord van het Hof
Volgens het Hof moet de man in principe terug zodra zijn veroordeling vaststaat. Er mag dan geen beroep meer mogelijk zijn tegen die veroordeling. Dit geldt als Nederland hem alleen wilde overdragen met de belofte dat hij terugkomt.
Soms mag het andere land de man toch langer vasthouden. Daar moeten concrete redenen voor zijn die dat nodig maken. Het moet gaan om zijn recht om zich te verdedigen, of om een goed verloop van de rechtszaak.
Alleen dan mag het land wachten met terugsturen tot een besluit vaststaat over andere stappen. Die stappen moeten wel bij dezelfde strafzaak horen.
Nederland mag de duur van de straf niet zomaar aanpassen aan wat hier gebruikelijk is. Dat mag alleen als Nederland voldoet aan de strenge eisen van kaderbesluit 2008/909/JBZ.
De zaak in Nederland
De vraag werd gesteld in deze uitspraak: Rechtbank Amsterdam, Internationale rechtshulpkamer, Tussenuitspraak van 01/05/2018 (17/2048).
Volgens de gegevens van het Hof in Cellar. Uitspraken zonder ECLI-nummer staan (nog) niet als link bij het Hof; zoek ze op uitspraken.rechtspraak.nl.