EuropaPortaal › Prejudiciële vragen › Zaken
Arrest Zaak C-308/22 · Pesticide Action Network Europe (PAN Europe)
Mag Nederland anders oordelen over de risico’s van bestrijdingsmiddelen?
Nederland mag soms afwijken van een buitenlands oordeel over bestrijdingsmiddelen, als betrouwbare gegevens wijzen op onaanvaardbare risico’s.
- Vraag van
- College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Vraag binnen bij het Hof
- 11 mei 2022
- Arrest
- 25 april 2024 (na 23,5 maanden)
- Onderwerp
- Landbouw, Handvest van de grondrechten, Onderlinge aanpassing van de wetgevingen, Volksgezondheid
- ECLI
- ECLI:EU:C:2024:350
Waar gaat de zaak over?
PAN Europe voert een rechtszaak tegen het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (CTGB). Het CTGB gaf toestemming om het bestrijdingsmiddel Closer ook buiten te gebruiken. Dat mocht bij kool en aardappelen.
Het CTGB baseerde zijn besluit op een oordeel van Ierland over de risico’s. Volgens PAN Europe gebruikte Ierland daarbij niet de nieuwste kennis uit onderzoek naar bijen.
De zaak gaat over verordening (EG) nr. 1107/2009, een Europese wet die meteen in alle EU-landen geldt. Deze wet bepaalt wanneer bedrijven bestrijdingsmiddelen op de markt mogen brengen.
De vraag van de rechter
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven vraagt het Hof om uitleg. Moet Nederland het oordeel van een ander EU-land over de risico’s volgen? Of mag Nederland de risico’s zelf beoordelen?
Ook vraagt de rechter welke kennis uit onderzoek daarbij meetelt. Verder wil hij weten wat hij als rechter mag controleren.
Het antwoord van het Hof
Een EU-land mag onder voorwaarden afwijken van het oordeel van een ander EU-land. Dat mag bijvoorbeeld met de meest betrouwbare gegevens uit onderzoek en techniek. Die gegevens mogen niet eerder zijn meegenomen bij het beoordelen van de risico’s. Ze moeten wijzen op een onaanvaardbaar risico voor mensen, dieren of het milieu.
Wie bezwaar maakt tegen de toestemming, mag zulke gegevens aanvoeren. Dat kan bij de overheid die hierover beslist, of bij de rechter. Zo kan diegene aantonen dat het eerdere oordeel over de risico’s onvoldoende is onderbouwd.
De rechter mag het buitenlandse oordeel gebruiken om het besluit over de toestemming te controleren. Hij mag feiten uit onderzoek en techniek niet zelf opnieuw beoordelen. Hij mag daarmee dus niet het oordeel vervangen van de instanties die daarover gaan.
Een EU-land hoeft het land dat eerder oordeelde niet altijd opnieuw te betrekken. Het mag de risico’s soms zonder dat land opnieuw beoordelen. Dat geldt als de eerdere uitleg onvoldoende antwoord geeft op zorgen over mensen, dieren of het milieu. Die zorgen moeten dan komen door bijzondere omstandigheden voor milieu of landbouw in dat EU-land.
De zaak in Nederland
De vraag werd gesteld in deze uitspraak: College van Beroep voor het bedrijfsleven, uitspraak van 03/05/2022 (20/280).
Volgens de gegevens van het Hof in Cellar. Uitspraken zonder ECLI-nummer staan (nog) niet als link bij het Hof; zoek ze op uitspraken.rechtspraak.nl.