EuropaPortaal › Prejudiciële vragen › Zaken
Arrest Zaak C-28/15 · Koninklijke KPN NV
Wanneer mag de rechter afwijken van Europees advies over beltarieven?
De rechter mag afwijken van Europees advies over beltarieven als de situatie dat vereist, vooral door kenmerken van de markt in het EU-land.
- Vraag van
- College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Vraag binnen bij het Hof
- 23 januari 2015
- Arrest
- 15 september 2016 (na 19,7 maanden)
- Onderwerp
- Informatie- en communicatietechnologie
- ECLI
- ECLI:EU:C:2016:692
Waar gaat de zaak over?
KPN en andere bedrijven die telefonie aanbieden, voeren een rechtszaak tegen de Autoriteit Consument en Markt (ACM). Zij zijn het oneens met de hoogste tarieven die ACM toestaat voor gespreksafgifte. Dat is het bezorgen van vaste en mobiele telefoongesprekken bij de ontvanger. ACM gebruikte het ‘pure Bulric’-rekenmodel, dat alleen extra kosten meetelt.
De zaak draait om de Kaderrichtlijn (2002/21/EG) en de Toegangsrichtlijn (2002/19/EG), Europese wetten die elk land zelf in eigen wetten moet omzetten. De Kaderrichtlijn gaat over regels voor netwerken en diensten voor communicatie. De Toegangsrichtlijn gaat over toegang tot die netwerken en verbindingen daartussen.
De vraag van de rechter
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven vraagt het Europese Hof om uitleg. De Europese Commissie beveelt het ‘pure Bulric’-model aan in aanbeveling 2009/396/EG over beltarieven.
Mag de rechter van die aanbeveling afwijken als hij de hoogste toegestane tarieven beoordeelt? En hoe mag hij beoordelen of die tarieven passen bij hun doel?
Mag hij bijvoorbeeld de bescherming van gebruikers op een andere markt meewegen? Ook wil hij weten welk bewijs ACM moet leveren over de resultaten.
Het antwoord van het Hof
De rechter mag alleen onder voorwaarden afwijken van de aanbeveling. Volgens hem moet de situatie in deze zaak dat vereisen. Vooral de bijzondere kenmerken van de markt in het betrokken EU-land tellen mee.
ACM verplicht bedrijven om zich aan bepaalde tarieven te houden. De rechter mag beoordelen of die verplichting verder gaat dan nodig. Het gaat daarbij om wat de EU-regels willen bereiken.
De rechter mag meewegen hoe gebruikers worden beschermd op de markt waar zij diensten afnemen. Dat mag ook als die markt niet in aanmerking komt voor zulke regels. Op die markt mogen dan geen maatregelen zoals verplichte tarieven worden opgelegd.
De rechter mag ACM niet vragen te bewijzen dat de verplichte tarieven de genoemde doelen echt bereiken. Dat bewijs hoeft ACM dus niet te leveren.