EuropaPortaal › Prejudiciële vragen › Zaken
Arrest Zaak C-272/17 · Staatssecretaris van Financiën
Mag Nederland de premiekorting beperken na vertrek naar Polen?
Mag de premiekorting lager zijn na vertrek naar Polen? Ja, voor de tijd zonder Nederlandse verzekering en zonder werk in Polen.
- Vraag van
- Hoge Raad
- Vraag binnen bij het Hof
- 18 mei 2017
- Arrest
- 23 januari 2019 (na 20,2 maanden)
- Onderwerp
- Vrij verkeer van werknemers, Sociale zekerheid
- ECLI
- ECLI:EU:C:2019:49
Waar gaat de zaak over?
Een Poolse vrouw procedeert tegen de Staatssecretaris van Financiën over haar premiekorting. Zij werkte van 1 januari tot en met 21 juni 2013 in Nederland en was toen verzekerd voor de volksverzekeringen. Het geschil gaat over de heffingskorting: een korting op onder meer de premie voor die verzekeringen. Centraal staat artikel 45 VWEU, dat het vrije verkeer van werknemers beschermt.
De vraag van de rechter
Na haar werk in Nederland verhuisde de vrouw naar Polen. Daar verrichtte zij de rest van 2013 geen betaald werk. Vanaf 22 juni was zij niet meer verplicht Nederlandse premies te betalen. De Belastingdienst beperkte daarom haar premiekorting tot het deel van het jaar waarin zij verzekerd was.
De Hoge Raad vraagt of deze beperking mag volgens de EU-regel. Moet een werknemer toch de volledige jaarlijkse premiekorting krijgen als die het gehele of vrijwel gehele jaarinkomen in Nederland verdiende? Ook als die werknemer daarna in een ander EU-land woonde en niet meer in Nederland verzekerd was?
Het antwoord van het Hof
Het Hof oordeelt dat artikel 45 VWEU deze regeling niet verbiedt. Nederland mag de premiekorting laten afhangen van de duur van de verzekering.
De korting mag dus lager zijn voor het deel van het jaar waarin de werknemer niet in Nederland verzekerd was. Het antwoord gaat over de situatie waarin de werknemer toen in een ander EU-land woonde en daar niet werkte. Dat de werknemer het jaarinkomen in Nederland verdiende, geeft in deze situatie geen recht op de volledige jaarlijkse premiekorting.
De zaak in Nederland
De vraag werd gesteld in deze uitspraak: Hoge Raad der Nederlanden, Derde Kamer, arrest van 12/05/2017 (15/04545).
Na het antwoord van het Hof deed de Nederlandse rechter uitspraak:
- Hoge Raad der Nederlanden, Uitspraak van 12/04/2019 (ECLI:NL:HR:2019:588) (ECLI:NL:HR:2019:588 op rechtspraak.nl)
Volgens de gegevens van het Hof in Cellar. Uitspraken zonder ECLI-nummer staan (nog) niet als link bij het Hof; zoek ze op uitspraken.rechtspraak.nl.