EuropaPortaal

EuropaPortaal › Prejudiciële vragen › Zaken

Arrest Zaak C-249/18 · Staatssecretaris van Financiën

Mag een bedrijf achteraf een lagere invoerprijs opgeven?

Een bedrijf mag onder voorwaarden achteraf een lagere invoerprijs opgeven, zegt het Hof. Daarmee berekent de douane de belasting.

Vraag van
Hoge Raad
Vraag binnen bij het Hof
11 april 2018
Arrest
10 juli 2019 (na 14,9 maanden)
Onderwerp
Douane-unie en gemeenschappelijk douanetarief
ECLI
ECLI:EU:C:2019:587

Waar gaat de zaak over?

CEVA Freight Holland BV en de Staatssecretaris van Financiën voeren een rechtszaak. Die gaat over belasting op de invoer van mediaspelers. CEVA Freight deed namens importeurs aangifte bij de douane.

Het bedrijf deelde de mediaspelers in bij een soort goederen zonder belasting. Later bleek bij een controle door de douane een andere indeling te gelden. Daarbij hoort een belasting van 13,9 % op de invoer.

De zaak gaat over het communautair douanewetboek (verordening nr. 2913/92). Een verordening is een Europese wet die meteen in alle EU-landen geldt. Dit wetboek bevat regels voor de douane.

De vraag van de rechter

CEVA Freight had de verkoopprijs van de importeurs in de EU opgegeven. Toen de douane alsnog belasting wilde innen, vroeg het bedrijf die prijs aan te passen. Het wilde de lagere prijs gebruiken die de producent in Azië had gerekend.

De Hoge Raad vraagt het Hof of zo’n aanpassing achteraf mag. Ook vraagt de Hoge Raad wanneer een bericht over de betaling op tijd is. Bepaalt het EU-recht of de verzenddatum of de ontvangstdatum telt? Het gaat daarbij om een termijn van 3 jaar.

Het antwoord van het Hof

Volgens het Hof mag een bedrijf onder voorwaarden om aanpassing vragen. Het bedrijf moet kunnen kiezen welke verkoopprijs de basis voor de douanewaarde is. Dat is de waarde waarmee de douane de belasting op de invoer berekent.

Ook moet bij een controle achteraf blijken dat de goederen verkeerd waren ingedeeld. Door die fout moet een hogere belasting op de invoer gelden. Het bedrijf kan dan vragen de opgegeven prijs te vervangen door een lagere verkoopprijs.

De EU-landen bepalen welke datum telt voor het bericht over de betaling. Daarbij moeten zij de EU-regels voor gelijke behandeling in vergelijkbare gevallen volgen. Ook moeten zij zorgen dat de EU-regels goed kunnen werken.

De datum bepaalt of de termijn van 3 jaar wordt onderbroken. Na die termijn vervalt de schuld bij de douane.

De zaak in Nederland

De vraag werd gesteld in deze uitspraak: Hoge Raad der Nederlanden, Arrest van 06/04/2018 (16/01523).

Na het antwoord van het Hof deed de Nederlandse rechter uitspraak:

Volgens de gegevens van het Hof in Cellar. Uitspraken zonder ECLI-nummer staan (nog) niet als link bij het Hof; zoek ze op uitspraken.rechtspraak.nl.

Bronnen Zaak C-249/18 op CURIA · arrest op EUR-Lex · het verzoek in het Publicatieblad. Gegevens: Cellar (Publicatiebureau van de EU), peildatum 30 oktober 2026. De uitleg hierboven is een eigen samenvatting van EuropaPortaal op basis van de officiële Nederlandse tekst van het arrest, geschreven met hulp van een taalmodel en nagelezen op de bron. Alleen de officiële tekst is bindend.