EuropaPortaal › Prejudiciële vragen › Zaken
Arrest Zaak C-237/20 · Federatie Nederlandse Vakbeweging
Blijven loon en andere afspraken gelden bij een voorbereide doorstart?
Bij een voorbereide doorstart kunnen werknemers soms hun rechten verliezen, maar alleen als aan bepaalde eisen is voldaan.
- Vraag van
- Hoge Raad
- Vraag binnen bij het Hof
- 5 juni 2020
- Arrest
- 28 april 2022 (na 22,7 maanden)
- Onderwerp
- Sociaal beleid
- ECLI
- ECLI:EU:C:2022:321
Waar gaat de zaak over?
De vakbond FNV voert een rechtszaak tegen Heiploeg Seafood International BV en Heitrans International BV. Deze bedrijven heten samen Heiploeg-nieuw. Na het faillissement van Heiploeg-oud namen zij het meeste werk van dat bedrijf over.
Ongeveer twee derde van de werknemers ging mee naar Heiploeg-nieuw. Voor hen golden minder gunstige afspraken over loon en ander werk.
De zaak gaat over richtlijn 2001/23/EG: een Europese wet die elk land zelf in eigen wetten moet omzetten. Deze wet beschermt de rechten van werknemers als een bedrijf een andere eigenaar krijgt.
De vraag van de rechter
FNV vindt dat de werknemers hun oude afspraken over loon en werk hadden moeten behouden. De bedrijven hadden de overname al vóór het faillissement voorbereid via een ‘pre-pack’. Daarmee bereiden zij een verkoop na het faillissement voor.
Bij een faillissement geldt soms een uitzondering op de bescherming van werknemers. De Hoge Raad vraagt het Hof of die uitzondering ook geldt bij zo’n voorbereide overname. Daarbij spelen de volgende voorwaarden:
- Is het doel van het faillissement om bezit te verkopen en daarmee schuldeisers te betalen?
- Houdt een overheidsdienst die daarvoor bevoegd is toezicht op het verloop van het faillissement?
Het antwoord van het Hof
Volgens het Hof kan een pre-pack aan beide voorwaarden voldoen. De overheid moet wel in wetten of andere regels hebben vastgelegd hoe een pre-pack verloopt.
Voor de eerste voorwaarde moet de voorbereiding helpen om het bedrijf tijdens het faillissement te verkopen. Het bedrijf moet daarbij blijven draaien. Het doel moet zijn dat alle schuldeisers samen zo veel mogelijk geld krijgen. Ook moeten zo veel mogelijk banen behouden blijven.
Ook kan de overheid voldoende toezicht houden op het faillissement. Een ‘beoogd curator’ moet de overname voorbereiden, onder toezicht van een ‘beoogd rechter-commissaris’. Deze personen zijn vooraf aangewezen om het faillissement te beheren en daarop toezicht te houden.
De partijen mogen de overeenkomst om het bezit te verkopen pas sluiten nadat het bedrijf failliet is verklaard. Ook mogen zij die overeenkomst pas daarna uitvoeren.
Voor beide antwoorden stelt het Hof dus uitdrukkelijk dezelfde eis. De overheid moet de pre-pack in wetten of andere regels hebben vastgelegd.
De zaak in Nederland
De vraag werd gesteld in deze uitspraak: Hoge Raad der Nederlanden, Arrest van 29/05/2020 (18/04401).
Na het antwoord van het Hof deed de Nederlandse rechter uitspraak:
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch, Arrest van 08/04/2025 (ECLI:NL:GHSHE:2025:976) (ECLI:NL:GHSHE:2025:976 op rechtspraak.nl)
Volgens de gegevens van het Hof in Cellar. Uitspraken zonder ECLI-nummer staan (nog) niet als link bij het Hof; zoek ze op uitspraken.rechtspraak.nl.