EuropaPortaal › Prejudiciële vragen › Zaken
Arrest Zaak C-221/17 · Minister van Buitenlandse Zaken
Mag het Nederlanderschap automatisch verloren gaan?
Automatisch verlies van het Nederlanderschap mag, mits onderzoek naar de persoonlijke gevolgen en herstel achteraf mogelijk zijn.
- Vraag van
- Raad van State
- Vraag binnen bij het Hof
- 27 april 2017
- Arrest
- 12 maart 2019 (na 22,5 maanden)
- Onderwerp
- Handvest van de grondrechten, Burgerschap van de Unie
- ECLI
- ECLI:EU:C:2019:189
Waar gaat de zaak over?
4 vrouwen voeren een rechtszaak tegen de minister van Buitenlandse Zaken. Zij hadden een paspoort aangevraagd, maar de minister behandelde hun aanvragen niet. Volgens hem waren zij automatisch geen Nederlander meer.
Artikel 20 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) speelt hierbij een rol. Dat artikel gaat over het EU-burgerschap. Ook het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie is van belang. Daarin beschermt artikel 7 het privéleven en gezinsleven, en artikel 24 de rechten van kinderen.
De vraag van de rechter
De Raad van State vraagt of iemand automatisch het Nederlanderschap mag verliezen. Wie niet ook burger van een ander EU-land is, verliest daarmee het EU-burgerschap.
De vraag gaat over volwassenen die ook burger zijn van een land buiten de EU. Zij verliezen hun Nederlanderschap als ze 10 jaar achter elkaar vooral buiten de EU wonen. Er zijn manieren om die termijn te onderbreken.
De vraag gaat ook over kinderen die nog niet volwassen zijn. Zij verliezen hun Nederlanderschap doordat hun ouder dat verliest.
Moeten de gevolgen voor iedere persoon apart worden onderzocht? Of beschermt de algemene wet mensen al genoeg?
Het antwoord van het Hof
Het Hof staat zo’n regel toe, maar stelt een voorwaarde. De overheid moet kunnen onderzoeken wat het verlies van het Nederlanderschap voor iemand betekent. Ook de rechter in het land zelf moet dat zo nodig kunnen onderzoeken.
Dat onderzoek moet mogelijk zijn als iemand een reisdocument aanvraagt. Dat geldt ook bij een aanvraag voor een ander bewijs van het Nederlanderschap.
De overheid moet beoordelen of de gevolgen voor iedere persoon niet te zwaar zijn. Het gaat daarbij om gevolgen die te maken hebben met het EU-recht. Waar nodig moet de overheid ook kijken naar de gevolgen voor gezinsleden.
Verder moet de overheid iemand zo nodig weer het Nederlanderschap kunnen geven. Dat herstel moet dan ook gelden voor de periode daarvoor.
De zaak in Nederland
De vraag werd gesteld in deze uitspraak: Raad van State, 19/04/2017 (201504577/1/A3 ; 201507057/1/A3 ; 201508588/1/A3 et 201601993/1/A3).
Na het antwoord van het Hof deed de Nederlandse rechter uitspraak:
- Raad van State, Uitspraak 12/02/2020 (201504577/2/A3, 201507057/2/A3, 201508588/2/A3, 201601993/2/A3, 201604943/1/A3 et 201608752/1/A3)
Volgens de gegevens van het Hof in Cellar. Uitspraken zonder ECLI-nummer staan (nog) niet als link bij het Hof; zoek ze op uitspraken.rechtspraak.nl.