EuropaPortaal

EuropaPortaal › Prejudiciële vragen › Zaken

Loopt nog Zaak C-218/25 · Wompou

Welke regels gelden voor het vasthouden van vreemdelingen?

De Rechtbank Den Haag vraagt welke regels gelden voor het vasthouden van vreemdelingen en hun scheiding van strafrechtelijk gedetineerden.

Vraag van
Rechtbank Den Haag
Vraag binnen bij het Hof
20 maart 2025
Antwoord
nog niet (gemiddeld duurt een zaak 16,9 maanden)

De vraag van de rechter

Een vreemdeling procedeert tegen de minister van Asiel en Migratie. De Rechtbank Den Haag stelt vragen over de omstandigheden waarin vreemdelingen worden vastgehouden. Het gaat om de Terugkeerrichtlijn, die regels geeft over de terugkeer van vreemdelingen.

De rechter wil van het Hof weten:

  • Mogen vreemdelingen standaard in hetzelfde gebouw verblijven als mensen die om strafrechtelijke redenen vastzitten? Zij zitten op aparte afdelingen, maar die zijn hetzelfde ingericht en onderling uitwisselbaar.
  • Mogen beide groepen voorzieningen delen? Wat betekent gescheiden verblijf? Is contact toegestaan, en zo ja, welk contact?
  • Welke beperkingen zijn strikt noodzakelijk om het vertrek voor te bereiden? Zijn beperkingen zonder direct verband met dat doel verboden?
  • Als extra beperkingen mogen, aan welke eisen moeten die voldoen? Hoe blijven rechten zoals menselijke waardigheid, vrijheid en privé- en familieleven beschermd?
  • Hoe grondig moet de rechter zulke extra beperkingen beoordelen?
  • Waarop moet de rechter letten om te beoordelen of het verblijf zo min mogelijk op een gevangenis lijkt?
  • Is een vergelijking met strafrechtelijke detentie genoeg om te bepalen of een locatie speciaal geschikt is voor vreemdelingenbewaring?

Het Hof heeft nog niet geantwoord.

Het Hof heeft deze vraag nog niet beantwoord. Zodra er een arrest is, zetten we het antwoord op deze pagina.

Bronnen Zaak C-218/25 op CURIA · het verzoek in het Publicatieblad. Gegevens: Cellar (Publicatiebureau van de EU), peildatum 30 oktober 2026. De uitleg hierboven is een eigen samenvatting van EuropaPortaal op basis van de officiële Nederlandse tekst van het verzoek, geschreven met hulp van een taalmodel en nagelezen op de bron. Alleen de officiële tekst is bindend.