EuropaPortaal › Prejudiciële vragen › Zaken
Arrest Zaak C-203/24 · Hakamp
Wat telt mee voor de sociale zekerheid van een schipper?
Werkt iemand een belangrijk deel in zijn woonland? Alleen werktijd en loon tellen mee, zegt het Hof, met een grens van 25%.
- Vraag van
- Hoge Raad
- Vraag binnen bij het Hof
- 15 maart 2024
- Arrest
- 4 september 2025 (na 17,7 maanden)
- Onderwerp
- Vrij verkeer van werknemers, Sociale zekerheid
- ECLI
- ECLI:EU:C:2025:662
Waar gaat de zaak over?
Een schipper procedeert tegen de Sociale Verzekeringsbank (SVB) over zijn sociale zekerheid. Hij woonde in Nederland en werkte in België, Duitsland en Nederland, voor een werkgever in Liechtenstein. Volgens de SVB gold voor hem het Nederlandse stelsel, omdat hij een belangrijk deel van zijn werk in Nederland verrichtte. De zaak draait om de verordening betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels (883/2004), die nationale stelsels op elkaar afstemt, en de uitvoeringsverordening (987/2009), die de toepassing daarvan regelt.
De vraag van de rechter
De Hoge Raad vraagt hoe je bepaalt of iemand een belangrijk deel van zijn werk in zijn woonland verricht. Welke omstandigheden tellen mee als iemand daar 22% van zijn werktijd werkt?
Mag de SVB bijvoorbeeld kijken naar de registratie van het schip? Of naar de vestigingsplaats van de eigenaar, de exploitant of de werkgever? Tellen eerdere vaarroutes mee, toen de werknemer nog niet op het schip werkte?
De Hoge Raad vraagt ook over welke periode de beoordeling moet gaan. Verder wil hij weten hoeveel ruimte de SVB heeft om zelf te oordelen.
Het antwoord van het Hof
Volgens het Hof tellen alleen de werktijd en het loon mee. De bevoegde instantie moet nagaan of de werknemer minstens 25% van zijn werktijd in zijn woonland werkt en/of minstens 25% van zijn loon daar verdient. Andere omstandigheden of criteria mogen bij deze beoordeling geen rol spelen.
Ook bepaalt het Hof welke periode de instantie moet bekijken. Zij moet rekening houden met de verwachte situatie van de werknemer in de volgende twaalf kalendermaanden.
De zaak in Nederland
De vraag werd gesteld in deze uitspraak: Hoge Raad der Nederlanden, Arrest van 15/03/2024 (ECLI:NL:CRVB:2022:1240.) (ECLI:NL:CRVB:2022:1240).
Na het antwoord van het Hof deed de Nederlandse rechter uitspraak:
- Hoge Raad der Nederlanden, Beslissing van 21/11/2025 (ECLI:NL:HR:2025:1726) (ECLI:NL:HR:2025:1726 op rechtspraak.nl)
Volgens de gegevens van het Hof in Cellar. Uitspraken zonder ECLI-nummer staan (nog) niet als link bij het Hof; zoek ze op uitspraken.rechtspraak.nl.