EuropaPortaal › Prejudiciële vragen › Zaken
Arrest Zaak C-19/21 · Staatssecretaris van Justitie
Mag een jonge asielzoeker naar de rechter als Nederland hem weigert?
Een jonge asielzoeker zonder volwassen begeleider moet naar de rechter kunnen als Nederland hem niet wil overnemen; zijn familielid heeft dat recht niet.
- Vraag van
- Rechtbank Den Haag
- Vraag binnen bij het Hof
- 13 januari 2021
- Arrest
- 1 augustus 2022 (na 18,6 maanden)
- Onderwerp
- Asielbeleid, Handvest van de grondrechten
- ECLI
- ECLI:EU:C:2022:605
Waar gaat de zaak over?
Een Egyptische asielzoeker en zijn oom voeren een rechtszaak tegen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De jongen vroeg asiel aan in Griekenland toen hij nog niet volwassen was. Hij wilde bij zijn oom in Nederland wonen.
Griekenland vroeg Nederland om de jongen over te nemen, maar Nederland weigerde. Het was niet vast te stellen wie de jongen was. Daardoor was ook niet vast te stellen of hij familie van zijn oom was.
De zaak gaat over de Dublin III-verordening (604/2013), een Europese wet die meteen in alle EU-landen geldt. Deze wet bepaalt welk EU-land een verzoek om asiel moet behandelen.
De vraag van de rechter
De jongen en zijn oom maakten bezwaar tegen de weigering. Volgens de staatssecretaris konden asielzoekers zich volgens deze wet niet tegen zo’n weigering verzetten. Daarom ging hij niet in op de inhoud van hun bezwaar. De jongen en zijn oom stapten daarna naar Rechtbank Den Haag.
De rechtbank vroeg het Hof om uitleg:
- Moeten de asielzoeker en zijn familielid tegen de weigering naar de rechter kunnen stappen?
- Volgt dat recht uit de Dublin III-verordening of uit het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie?
- Welk land moet hun vertellen over de weigering en hun recht om naar de rechter te stappen, en hoe?
Het antwoord van het Hof
Het Hof maakt verschil tussen de jonge asielzoeker en zijn familielid. De jongen is nog niet volwassen en reist zonder volwassene die voor hem moet zorgen.
Het land dat weigert zo’n jongere over te nemen, moet hem toegang tot de rechter bieden. Hij moet de weigering dus aan een rechter kunnen voorleggen. In deze zaak gaat het om Nederland.
Voor het familielid hoeft het land volgens deze EU-regel die toegang niet te bieden. Het Hof baseert dit verschil op de Dublin III-verordening, samen met het Handvest.
De zaak in Nederland
De vraag werd gesteld in deze uitspraak: Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, Uitspraak van 12/01/2021 (NL20.14056).
Volgens de gegevens van het Hof in Cellar. Uitspraken zonder ECLI-nummer staan (nog) niet als link bij het Hof; zoek ze op uitspraken.rechtspraak.nl.