EuropaPortaal › Prejudiciële vragen › Zaken
Arrest Zaak C-160/15 · GS Media BV
Wanneer raakt een link naar foto’s aan het auteursrecht?
Bij links naar foto’s die zonder toestemming online staan, kijkt het Hof naar wat de plaatser weet en of die winst wil maken.
- Vraag van
- Hoge Raad
- Vraag binnen bij het Hof
- 7 april 2015
- Arrest
- 8 september 2016 (na 17,1 maanden)
- Onderwerp
- Eigendomsregeling, Onderlinge aanpassing van de wetgevingen
- ECLI
- ECLI:EU:C:2016:644
Waar gaat de zaak over?
GS Media, beheerder van GeenStijl, voert een rechtszaak tegen Sanoma, Playboy Enterprises International en een vrouw. De zaak gaat over links naar foto’s van die vrouw voor Playboy.
GeenStijl plaatste links naar andere websites, waar de foto’s zonder toestemming stonden. De zaak draait om richtlijn 2001/29/EG, een Europese wet die elk land zelf in eigen wetten moet omzetten. Die wet gaat over auteursrecht en verwante rechten in de digitale samenleving.
De vraag van de rechter
De Hoge Raad wil weten wanneer zo’n link een ‘mededeling aan het publiek’ is. Dat betekent dat iemand een beschermd werk toegankelijk maakt voor het publiek.
Maakt het verschil dat de foto’s zonder toestemming op een andere website staan? En telt mee of degene die de link plaatst dat weet of moet weten?
De Hoge Raad vraagt ook naar foto’s die online moeilijk te vinden zijn. Maakt het uit dat een link het vinden veel gemakkelijker maakt? Verder vraagt de Hoge Raad welke andere omstandigheden meetellen.
Het antwoord van het Hof
Volgens het Hof telt wat degene die de link plaatst weet en of die winst wil maken. Het gaat om links naar beschermde werken die op andere websites vrij toegankelijk zijn. Die werken zijn daar zonder toestemming geplaatst.
Het Hof maakt onderscheid tussen twee situaties. In de eerste situatie plaatst iemand de links zonder daarmee winst te willen maken. Dan telt of die persoon wist, of redelijkerwijs kon weten, dat de werken zonder toestemming waren geplaatst.
In de tweede situatie plaatst iemand de links juist om winst te maken. Dan moet worden aangenomen dat die persoon wist dat de werken zonder toestemming waren geplaatst.