EuropaPortaal › Prejudiciële vragen › Zaken
Arrest Zaak C-156/17 · Staatssecretaris van Financiën
Wanneer krijgt een buitenlands fonds dividendbelasting terug?
Nederland mag teruggaaf aan een buitenlands beleggingsfonds niet zomaar weigeren. Voorwaarden mogen buitenlandse fondsen niet benadelen.
- Vraag van
- Hoge Raad
- Vraag binnen bij het Hof
- 27 maart 2017
- Arrest
- 30 januari 2020 (na 34,1 maanden)
- Onderwerp
- Vrij verkeer van kapitaal
- ECLI
- ECLI:EU:C:2020:51
Waar gaat de zaak over?
Het Duitse beleggingsfonds Köln-Aktienfonds Deka procedeert tegen de Staatssecretaris van Financiën. Het fonds wil Nederlandse dividendbelasting terug: belasting op winstuitkeringen van Nederlandse bedrijven waarin het aandelen heeft. Nederlandse beleggingsfondsen kunnen die belasting onder voorwaarden terugkrijgen, maar de Belastingdienst wees de verzoeken van dit fonds af. De zaak draait om artikel 63 van het EU-Werkingsverdrag (VWEU), dat het vrije verkeer van kapitaal beschermt.
De vraag van de rechter
De Hoge Raad vraagt het Hof wanneer Nederland teruggaaf mag weigeren aan een buitenlands beleggingsfonds. Het gaat om drie mogelijke redenen:
- Het fonds hoeft zelf geen Nederlandse dividendbelasting in te houden op uitkeringen aan zijn beleggers.
- Het fonds toont niet aan dat zijn beleggers voldoen aan de Nederlandse voorwaarden.
- Het fonds keert zijn winst niet volledig op tijd uit. Daarbij vraagt de Hoge Raad ook naar de betekenis van de Duitse belastingregels. Die kunnen niet-uitgekeerde winst behandelen alsof beleggers deze wel hebben ontvangen.
Het antwoord van het Hof
Het Hof geeft in zijn beslissing regels over de voorwaarden voor beleggers en het uitkeren van winst.
Nederland mag teruggaaf weigeren als een buitenlands fonds niet aantoont dat zijn beleggers aan de voorwaarden voldoen. Maar die voorwaarden mogen buitenlandse fondsen in de praktijk niet benadelen. Bovendien moet de Belastingdienst ook van Nederlandse fondsen bewijs verlangen. De Hoge Raad moet dit controleren.
Voor het uitkeren van winst geldt een andere regel. Nederland mag teruggaaf niet weigeren alleen omdat een fonds zijn winst niet volledig binnen acht maanden na het boekjaar uitkeert. Dat geldt wanneer het vestigingsland niet-uitgekeerde winst behandelt of bij beleggers belast alsof die wel is uitgekeerd. Ook moet het buitenlandse fonds, gezien het doel van de voorwaarden, vergelijkbaar zijn met een Nederlands fonds dat teruggaaf krijgt. De Hoge Raad moet nagaan of dat zo is.
De zaak in Nederland
De vraag werd gesteld in deze uitspraak: Hoge Raad der Nederlanden, Derde Kamer, Prejudiciële beslissing van 03/03/2017 (ECLI:NL:HR:2017:342) (ECLI:NL:HR:2017:342).
Na het antwoord van het Hof deed de Nederlandse rechter uitspraak:
- Hoge Raad der Nederlanden, Belastingkamer, Prejudiciële beslissing van 23/10/2020 (ECLI:NL:HR:2020:1674) (ECLI:NL:HR:2020:1674 op rechtspraak.nl)
Volgens de gegevens van het Hof in Cellar. Uitspraken zonder ECLI-nummer staan (nog) niet als link bij het Hof; zoek ze op uitspraken.rechtspraak.nl.