EuropaPortaal › Prejudiciële vragen › Zaken
Arrest Zaak C-151/22 · Staatssecretaris van Veiligheid
Asiel: hoe sterk moet een politieke overtuiging zijn?
Een politieke overtuiging hoeft niet heel sterk te zijn voor asiel, zegt het Hof, maar de vrees voor vervolging moet wel worden onderzocht.
- Vraag van
- Raad van State
- Vraag binnen bij het Hof
- 2 maart 2022
- Arrest
- 21 september 2023 (na 18,7 maanden)
- Onderwerp
- Asielbeleid
- ECLI
- ECLI:EU:C:2023:688
Waar gaat de zaak over?
Een Sudanese vrouw en man procederen tegen de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie. Hij weigerde hun verzoeken om asiel, omdat hij hun politieke overtuiging niet sterk genoeg vond. Beiden vrezen vervolging door de Sudanese overheid. Dat komt door wat zij in Nederland doen voor hun politieke overtuiging.
De zaak gaat over richtlijn 2011/95/EU, een Europese wet die elk land zelf in eigen wetten moet omzetten. Deze wet regelt wie bescherming in een ander land krijgt. Ook staat erin wat die bescherming inhoudt.
De vraag van de rechter
De Raad van State vraagt het Hof hoe sterk een politieke overtuiging moet zijn. Is een politieke mening al genoeg om als politieke overtuiging te gelden? Geldt dat ook als mogelijke vervolgers de asielzoeker nog niet als tegenstander zien?
Daarnaast vraagt de Raad van State hoe de overheid de kans op vervolging moet beoordelen. Hoe belangrijk is het daarbij hoe sterk de overtuiging is? En wat telt mee van wat iemand doet voor die overtuiging?
Mag de overheid verwachten dat iemand na terugkeer zijn mening niet meer uit? Ook dat wil de Raad van State weten.
Het antwoord van het Hof
Een politieke mening kan al gelden als een ‘politieke overtuiging’. Het kan genoeg zijn dat iemand zegt die mening te hebben of te uiten. Dat geldt ook als mogelijke vervolgers die persoon nog niet als tegenstander zien.
Daarmee staat niet vast dat iemand terecht bang is voor vervolging. De overheid moet dat apart onderzoeken.
De overheid moet kijken hoe iemand zijn overtuiging uit. Ook wat iemand doet om die overtuiging te verspreiden, telt mee. Zien mogelijke vervolgers die persoon daardoor als tegenstander? Of kan dat nog gebeuren?
De overtuiging hoeft niet heel diep te zitten. Het is dus niet nodig dat iemand na terugkeer onmogelijk kan stoppen met het uiten ervan.
De zaak in Nederland
De vraag werd gesteld in deze uitspraak: Raad van State, uitspraak van 16/02/2022 (202003129/1/V2 ; 202004875/1/V2).
Na het antwoord van het Hof deed de Nederlandse rechter uitspraak:
- Raad van State, uitspraak van 17/01/2024 (ECLI:NL:RVS:2024:63) (ECLI:NL:RVS:2024:63 op rechtspraak.nl)
Volgens de gegevens van het Hof in Cellar. Uitspraken zonder ECLI-nummer staan (nog) niet als link bij het Hof; zoek ze op uitspraken.rechtspraak.nl.