EuropaPortaal

EuropaPortaal › Prejudiciële vragen › Zaken

Arrest Zaak C-143/15 · G.E. Security BV

Douane deelt apparaat voor camerabewaking in bij apparaten voor video

Volgens het Hof valt een apparaat voor camerabewaking in de categorie voor video opnemen en afspelen, maar de Hoge Raad moet nog zelf beslissen.

Vraag van
Hoge Raad
Vraag binnen bij het Hof
26 maart 2015
Arrest
25 februari 2016 (na 11,0 maanden)
Onderwerp
Douane-unie en gemeenschappelijk douanetarief
ECLI
ECLI:EU:C:2016:115

Waar gaat de zaak over?

G. E. Security BV en de Staatssecretaris van Financiën zijn het oneens. Hun geschil gaat over de categorie die de douane koos voor een apparaat voor camerabewaking. Dit apparaat heet een ‘videomultiplexer’. Het kan beelden opnemen en afspelen, alarmen geven en gegevens via een netwerk versturen en ontvangen.

Hierbij speelt verordening (EEG) nr. 2658/87 een rol, een Europese wet die meteen in alle EU-landen geldt. Daarin staat de ‘gecombineerde nomenclatuur’: een lijst die goederen in categorieën verdeelt. Die categorieën bepalen welk douanetarief alle EU-landen gebruiken.

De douane koos de categorie voor apparaten die video opnemen en afspelen. Het bedrijf wilde het apparaat in een andere categorie laten indelen.

De vraag van de rechter

De Hoge Raad wil weten in welke categorie het apparaat thuishoort. Hij vraagt het Hof hoe de Europese regels voor die indeling moeten worden uitgelegd.

Het apparaat maakt deel uit van een systeem om gebouwen te bewaken. Het kan beelden en geluiden van aangesloten camera’s ontvangen, opslaan en afspelen.

Ook kan het signalen ontvangen van bijvoorbeeld melders die beweging opmerken. Bij bepaalde signalen kan het een waarschuwing per e-mail sturen. Het kan ook toestellen aanzetten die licht of geluid geven.

Het apparaat heeft dus verschillende functies. De vraag is welke categorie daarbij past.

Het antwoord van het Hof

Volgens het Hof valt een apparaat zoals deze videomultiplexer onder post 8521. Dat is de categorie voor apparaten die video opnemen en afspelen.

Het Hof stelt daarbij wel een voorwaarde. De Hoge Raad moet alle beschikbare feiten beoordelen. Het antwoord legt dus uit hoe de Europese regel voor de indeling moet worden uitgelegd. De Hoge Raad moet daarna zelf over de zaak beslissen.

De zaak in Nederland

De vraag werd gesteld in deze uitspraak: Hoge Raad der Nederlanden, arrest van 13/03/2015 (13/01488).

Na het antwoord van het Hof deed de Nederlandse rechter uitspraak:

  • Hoge Raad der Nederlanden, arrest van 08/07/2016 (13/01488bis)

Volgens de gegevens van het Hof in Cellar. Uitspraken zonder ECLI-nummer staan (nog) niet als link bij het Hof; zoek ze op uitspraken.rechtspraak.nl.

Bronnen Zaak C-143/15 op CURIA · arrest op EUR-Lex · het verzoek in het Publicatieblad. Gegevens: Cellar (Publicatiebureau van de EU), peildatum 30 oktober 2026. De uitleg hierboven is een eigen samenvatting van EuropaPortaal op basis van de officiële Nederlandse tekst van het arrest, geschreven met hulp van een taalmodel en nagelezen op de bron. Alleen de officiële tekst is bindend.