EuropaPortaal › Prejudiciële vragen › Zaken
Loopt nog Zaak C-138/25 · Medea
Wanneer moet de overheid een asielverhaal geloven?
Rechtbank Den Haag vraagt hoe de overheid een asielverhaal moet beoordelen en wat de rechter zelf moet onderzoeken.
- Vraag van
- Rechtbank Den Haag
- Vraag binnen bij het Hof
- 18 februari 2025
- Antwoord
- nog niet (gemiddeld duurt een zaak 16,9 maanden)
De vraag van de rechter
Een asielzoeker voert een rechtszaak tegen de Minister van Asiel en Migratie. De zaak gaat over de vraag wanneer de overheid een asielverhaal moet geloven. Ook gaat het over hoe de rechter een afgewezen verzoek om asiel moet toetsen. Rechtbank Den Haag vraagt het Europese Hof hoe de EU-regels moeten worden uitgelegd.
De eerste vraag gaat over EU-richtlijn 2011/95: een Europese wet die elk land zelf in eigen wetten moet omzetten. Deze wet gaat over bescherming voor mensen die asiel zoeken.
Mag de overheid een verhaal niet geloven als bewijs niet volledig te controleren is? En als ook niet aan alle genoemde eisen is voldaan? Of moet de overheid samen met de asielzoeker alle bewijzen onderzoeken? Moet zij daarbij ook alles onderzoeken wat bij de zaak een rol speelt?
De rechter vraagt ook wanneer de overheid verklaringen zonder extra bevestiging moet geloven. Is het genoeg als er voldoende bewijs is? Of is het genoeg als aan de genoemde eisen is voldaan?
De tweede vraag gaat over EU-richtlijn 2013/32, over de stappen bij een verzoek om bescherming. Moet de rechter een afgewezen verzoek zo nodig ook uit zichzelf volledig onderzoeken? Het gaat om de feiten, de regels en de vraag of iemand nu bescherming nodig heeft.
De rechter vraagt daarbij ook naar stukken in het dossier. Het gaat om stukken die de partijen later aanvullen of toelichten.
Het Hof heeft nog niet geantwoord.
Het Hof heeft deze vraag nog niet beantwoord. Zodra er een arrest is, zetten we het antwoord op deze pagina.