EuropaPortaal

EuropaPortaal › Prejudiciële vragen › Zaken

Arrest Zaak C-137/23 · Alsen

Mag te weinig merkstof leiden tot belasting op scheepsbrandstof?

Te weinig merkstof mag geen reden zijn voor belasting op scheepsbrandstof bij bewezen commercieel gebruik in de binnenvaart zonder tekenen van fraude.

Vraag van
Hoge Raad
Vraag binnen bij het Hof
7 maart 2023
Arrest
13 maart 2025 (na 24,2 maanden)
Onderwerp
Energiebeleid, Fiscale bepalingen, Beginselen van het Unierecht, Onderlinge aanpassing van de wetgevingen
ECLI
ECLI:EU:C:2025:179

Waar gaat de zaak over?

Een scheepseigenaar voert een rechtszaak tegen de staatssecretaris van Financiën over extra belasting op gasolie. Hij gebruikt zijn tankschip om tegen betaling minerale oliën over binnenwateren te vervoeren. De Douane vond te weinig verplichte merkstof in zijn brandstof en legde een extra belastingaanslag op.

Richtlijn 2003/96/EG is een Europese wet die elk land zelf in eigen wetten moet omzetten. Deze wet regelt de belasting op energieproducten en elektriciteit. Ook regelt deze wet wanneer geen belasting op scheepsbrandstof hoeft te worden betaald.

De vraag van de rechter

De Hoge Raad vraagt of de belastingvrijstelling ook geldt bij te weinig merkstof. Het staat vast dat de gasolie het schip op binnenwateren aandrijft. Ook zijn er geen aanwijzingen dat de eigenaar of schipper betrokken is bij fraude, misbruik of belastingontwijking.

Daarnaast wil de Hoge Raad weten wie eventueel belasting moet betalen. Mag de schipper belasting moeten betalen als hij niet hoefde te twijfelen aan de levering zonder belasting? Maakt het daarbij uit dat hij ook eigenaar van het schip is?

Het antwoord van het Hof

Het Hof zegt dat te weinig merkstof niet genoeg reden is om de belastingvrijstelling te weigeren. Het baseert dit op richtlijn 2003/96/EG, samen met richtlijn 95/60/EG. Die laatste wet regelt het merken van gasolie en kerosine voor de belasting.

Daarbij gelden 2 voorwaarden. Het moet vaststaan dat de gasolie dient als brandstof voor commerciële vaart op binnenwateren van de EU. Ook mogen er geen aanwijzingen zijn voor fraude, misbruik of belastingontwijking.

Is aan die voorwaarden voldaan, dan mag een EU-land de belastingvrijstelling niet weigeren op basis van een nationale regel. Dat mag dus niet alleen omdat de gasolie niet volgens de EU-eisen is gemerkt. De Hoge Raad beslist daarna zelf over de zaak.

De zaak in Nederland

De vraag werd gesteld in deze uitspraak: Hoge Raad der Nederlanden, belastingkamer, arrest van 10/02/2023 (19/05853).

Volgens de gegevens van het Hof in Cellar. Uitspraken zonder ECLI-nummer staan (nog) niet als link bij het Hof; zoek ze op uitspraken.rechtspraak.nl.

Bronnen Zaak C-137/23 op CURIA · arrest op EUR-Lex · het verzoek in het Publicatieblad. Gegevens: Cellar (Publicatiebureau van de EU), peildatum 30 oktober 2026. De uitleg hierboven is een eigen samenvatting van EuropaPortaal op basis van de officiële Nederlandse tekst van het arrest, geschreven met hulp van een taalmodel en nagelezen op de bron. Alleen de officiële tekst is bindend.