EuropaPortaal › Prejudiciële vragen › Zaken
Arrest Zaak C-125/22 · Staatssecretaris van Justitie
Hoe moet Nederland risico’s voor een asielzoeker beoordelen?
Bij een verzoek om bescherming moet Nederland zowel de persoonlijke situatie als de omstandigheden in het herkomstland onderzoeken.
- Vraag van
- Rechtbank Den Haag
- Vraag binnen bij het Hof
- 22 februari 2022
- Arrest
- 9 november 2023 (na 20,5 maanden)
- ECLI
- ECLI:EU:C:2023:843
Waar gaat de zaak over?
Een Libisch echtpaar en hun 6 kinderen voeren een rechtszaak tegen de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De kinderen zijn volgens de wet nog niet volwassen. De staatssecretaris wees hun verzoeken om bescherming af.
Het gezin vreest ernstige schade als het terug moet naar Libië. Dat komt door persoonlijke bedreigingen en de algemene onveiligheid daar.
De zaak gaat over richtlijn 2011/95/EU, een Europese wet die elk land zelf in eigen wetten moet omzetten. Deze wet regelt wie bescherming kan krijgen en wat die bescherming inhoudt.
De vraag van de rechter
Het gezin stapte naar Rechtbank Den Haag. De man zegt dat hij politici tegen aanvallen beschermde. Volgens hem is hij beschoten en met de dood bedreigd. Het gezin wijst ook op geweld en het moeilijke leven in Libië.
De rechtbank wil weten hoe Nederland deze situatie moet beoordelen. Moet Nederland het persoonlijke risico los van het algemene geweld bekijken? Of moet Nederland eerst alle belangrijke feiten samen onderzoeken? En pas daarna bepalen welke vorm van ernstige schade dreigt?
Het antwoord van het Hof
Volgens het Hof moet de Nederlandse instantie die hierover beslist eerst alle belangrijke feiten onderzoeken. Zij moet kijken naar de persoonlijke situatie van de asielzoeker. Ook moet zij de algemene situatie in het land van herkomst onderzoeken.
Pas daarna bepaalt de instantie op welk soort ernstige schade deze feiten wijzen. Zo moet zij beoordelen of iemand aanvullende bescherming kan krijgen. De richtlijn noemt dit ‘subsidiaire bescherming’.
Bij gevaar door geweld dat iedereen kan treffen, moet de instantie ook persoonlijke feiten kunnen meewegen. Zij mag dus niet alleen kijken of iemand uit een gebied met extreem veel algemeen geweld komt.
Het Hof maakt daarnaast een onderscheid voor de specifieke vorm van ernstige schade onder artikel 15, onder b). Daarvoor moet iemand nog steeds persoonlijk gevaar lopen. Ook bij veel geweld dat iedereen in het land van herkomst kan treffen, blijft die eis even streng.