EuropaPortaal

EuropaPortaal › Dossiers

Uitbreiding van de EU: alle rondes, de voorwaarden en de kandidaten in 2026

Hoe de EU groeide van 6 naar 28 landen en na de Brexit 27, welke eisen gelden en welke landen in 2026 kandidaat zijn of al onderhandelen.

In het kort: de EU begon met zes landen en groeide in zeven rondes tot 28 lidstaten. De grootste uitbreiding was in 2004, met tien landen tegelijk. Sinds de Brexit in 2020 zijn er 27 lidstaten, en in oktober 2026 zijn er negen kandidaat-lidstaten, waarvan Montenegro het verst is.

Op dit adres stond in 2002 en 2003 het dossier ‘Uitbreiding’. Dat volgde de laatste fase vóór de grote uitbreiding van 2004. Er waren toen dertien kandidaat-lidstaten, en met twaalf daarvan werd onderhandeld. Hieronder lees je hoe dat afliep en hoe het nu staat.

Van zes naar 27 landen

De Europese samenwerking begon in de jaren vijftig met zes landen: België, Duitsland, Frankrijk, Italië, Luxemburg en Nederland (zie de EGKS). Daarna kwamen er in zeven rondes landen bij (Europees Parlement, factsheet uitbreiding):

JaarWat gebeurde er
1973Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk treden toe
1981Griekenland treedt toe
1986Spanje en Portugal treden toe
1995Oostenrijk, Finland en Zweden treden toe
2004Tien landen treden toe: Cyprus, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Slovenië, Slowakije en Tsjechië
2007Bulgarije en Roemenië treden toe
2013Kroatië treedt toe; de EU telt 28 lidstaten
2020Het Verenigd Koninkrijk verlaat de EU (31 januari)

Niet elk land dat onderhandelde, werd ook lid. Noorwegen onderhandelde twee keer over lidmaatschap, maar de Noren stemden in een referendum twee keer nee: in 1972 en in 1994 (Europees Parlement, EPRS).

De grote uitbreiding van 2004

Na de val van de Berlijnse Muur in 1989 stortten de communistische regeringen in Midden- en Oost-Europa in (europa.eu, geschiedenis 1980-1989). Veel van die landen wilden daarna bij de EU horen. Dat was een enorme klus. Deze landen waren armer dan de bestaande lidstaten en moesten hun wetten, rechtspraak en economie flink aanpassen.

Op de top van Kopenhagen in december 2002 rondde de EU de onderhandelingen met tien landen af. De regeringsleiders spraken af dat die landen op 1 mei 2004 lid zouden worden. Voor Bulgarije en Roemenië werd 2007 het doel (Europese Raad, conclusies Kopenhagen 2002). Het toetredingsverdrag werd op 16 april 2003 in Athene getekend (EUR-Lex). De dertiende kandidaat, Turkije, onderhandelde toen nog niet.

De discussie in Nederland

In Nederland ging het debat vooral over werk. Mochten Polen, Tsjechen en andere nieuwe EU-burgers meteen vrij in Nederland komen werken? Het toetredingsverdrag liet de oude lidstaten toe om dat een paar jaar te beperken. In februari 2004 vroeg de Tweede Kamer in een motie om zo’n overgangsregeling met een toets. Het kabinet koos daarop voor een korte regeling: werkgevers hadden een tewerkstellingsvergunning nodig voor werknemers uit de acht nieuwe Midden- en Oost-Europese landen (Kamerbrief 13 februari 2004).

Per 1 mei 2007 schafte Nederland die vergunningsplicht af. Later onderzocht een commissie van de Tweede Kamer wat er van die arbeidsmigratie te leren viel (Kamerstuk 32680, nr. 4).

De Brexit: het enige vertrek

Tot 2020 had nog nooit een land de EU verlaten. Sinds het Verdrag van Lissabon (2009) staat in artikel 50 hoe dat moet (zie Toekomst van Europa). Het Verenigd Koninkrijk gebruikte die regel als eerste en verliet de EU op 31 januari 2020 (Europees Parlement, factsheet).

De voorwaarden: de Kopenhagen-criteria

Niet elk land mag zomaar lid worden. In 1993 legden de regeringsleiders in Kopenhagen drie eisen vast, de Kopenhagen-criteria (Europees Parlement, factsheet):

  1. Politiek: een stabiele democratie, een rechtsstaat, respect voor mensenrechten en bescherming van minderheden.
  2. Economisch: een werkende markteconomie die de concurrentie binnen de EU aankan.
  3. Juridisch: het land kan alle EU-regels overnemen en uitvoeren. Die verzameling regels heet het acquis.

Daarnaast moet de EU zelf klaar zijn om nieuwe leden op te nemen. Dat heet absorptievermogen. Het Nederlandse kabinet hecht daar veel aan (Kamerbrief 9 juni 2026).

Hoe werkt het toetredingsproces?

Het proces staat in artikel 49 van het EU-verdrag en gaat in stappen (Europees Parlement, factsheet):

  1. Een land vraagt het lidmaatschap aan. De Europese Commissie geeft een advies.
  2. Alle lidstaten moeten akkoord gaan om het land kandidaat-lidstaat te maken.
  3. Alle lidstaten moeten akkoord gaan om de onderhandelingen te openen.
  4. De onderhandelingen gaan over alle EU-regels, verdeeld over 33 tot 35 hoofdstukken. Bij nieuwe kandidaten zijn die gebundeld in zes groepen, clusters genoemd. Een hoofdstuk wordt pas gesloten als het land aan de eisen voldoet.
  5. Als alles klaar is, komt er een toetredingsverdrag. Het Europees Parlement moet instemmen. Daarna moet elke lidstaat het verdrag goedkeuren, in Nederland via het parlement.

Volgens het kabinet kent het hele traject meer dan honderd formele besluiten die met unanimiteit moeten worden genomen (Kamerbrief 9 juni 2026). Eén land kan dus elke stap tegenhouden.

Hoe staat het nu? (oktober 2026)

Er zijn negen kandidaat-lidstaten. Kosovo heeft in december 2022 het lidmaatschap aangevraagd, maar is nog geen kandidaat (Europese Commissie).

LandKandidaat sindsStand van de onderhandelingen
Montenegro2010Sinds 2012. Alle 33 hoofdstukken geopend, 21 gesloten. Er wordt aan het toetredingsverdrag geschreven.
Albanië2014Sinds juli 2022. Alle zes clusters geopend, 4 hoofdstukken gesloten.
Servië2012Sinds januari 2014. 22 van de 35 hoofdstukken geopend, 2 gesloten.
Oekraïne2022Sinds juni 2024. Vier van de zes clusters geopend, het laatst op 13 oktober 2026.
Moldavië2022Sinds juni 2024. Vier van de zes clusters geopend, het laatst op 13 oktober 2026.
Noord-Macedonië2005Formeel geopend in juli 2022, maar nog geen cluster geopend.
Bosnië-Herzegovina2022In maart 2024 besloten de onderhandelingen te openen; nog niet begonnen.
Turkije1999Sinds 2005, maar sinds 2018 stilgevallen.
Georgië2023Niet begonnen; het proces ligt sinds 2024 stil.

Bronnen per land: Montenegro, Albanië, Servië, Oekraïne, Moldavië, Georgië, overige: Europees Parlement, factsheet.

Montenegro is dus het verst. Op 16 oktober 2026 verwelkomden de regeringsleiders het werk aan het toetredingsverdrag (Europese Raad, conclusies). Getekend is het nog niet. Ook als dat gebeurt, moeten nog alle 27 lidstaten het goedkeuren.

Bij Georgië ligt het anders. Het land is sinds december 2023 kandidaat, maar de EU vindt dat het de verkeerde kant op gaat. De Commissie noemde Georgië in 2025 alleen nog in naam een kandidaat (Europese Commissie).

Voor de EU zelf speelt de vraag of zij klaar is voor meer leden. Lees daarover meer in het dossier Toekomst van Europa. Wat uitbreiding kost en oplevert, staat in Kosten en baten van de EU.

Bronnen

Bijgewerkt op 23 oktober 2026.